HOME blog 8 Val d'Anniviers, blog 9 - regen, Vercorin blog 10
Schuilen en afwachten, dat lijkt de enige oplossing. Kom er eens om, op 2200 meter hoogte. Gelukkig zie ik een verlaten berghut met een half afdakje, waar ik een lunchpauze hou. Maar na een half uur neem ik de gok om toch door te lopen. Je weet nu eenmaal niet of het weer zal verbeteren of juist verslechteren. Vooruit maar.
Als bij toverslag waaien er precies op dat moment een paar wolken uit beeld en heb ik opeens een goede 50 meter zicht. En daar zie ik de draden van de kabelbaan. Gered! Ik ga op weg en... goed, ik neem niet helemaal het voorkeuzepad maar ik daal wel degelijk vlot en veilig. Een meter of 200 lager heb ik echter een probleem. De kabelbaan stopt opeens. Ik loop een stuk naar links, een stuk naar rechts, een stuk.... ja verdomme, nu loop ik opeens weer een heel eind bergopwaarts! Dit is niet de bedoeling. Ik draai opnieuw om.
Waar zijn die paaltjes met naamborden en richtingen opeens allemaal gebleven nu ik die juist zo hard nodig heb?
Op deze manier loop ik een tijdje verloren, tot ik erachter kom dat ik geen keus heb: ik moet wel weer bergop lopen omdat de andere kant doodloopt. Ik vervloek het kaartje waarop de paden staan aangegeven en zie opeens... nog een kabelbaan! Er zijn er twee! De lucht klaart nog wat verder op en tot mijn verbazing zie ik in de verte vanaf de top van de berg zelfs een derde kabelbaan!
Nu vervloek ik niet langer de kaart maar ik vervloek SNP. Daar hadden ze wel eens iets duidelijker over mogen zijn.
Ondanks dat het opklaart is mijn onderste helft inmiddels volkomen doorweekt. Langzaam en voorzichtig schuifel ik soppend het modderige pad over. Nu ik geen paal met naambordjes meer nodig heb, kom ik er natuurlijk eentje tegen. Het doodlopende pad loopt volgens het bordje niet dood. Helaas heb ik geen markeerstift bij me.
Over bordjes gesproken, behalve bordjes voor wandelaars kom ik ook wat borden voor skieërs tegen. Ik vermoed althans dat ze daar voor zijn want autowegen zijn hier niet. Deze borden zijn al even spaarzaam met informatie. Als je bijvoorbeeld naar Sigeroulaz wilt kun je naar rechts maar je kunt ook naar links. Maar wat het verschil is wordt niet vermeld.
Op mijn weg naar Vercorin passeer ik trouwens Sigeroulaz, althans ik passeer een paaltje waarop staat dat ik daar ben. Wáár ik dan precies ben blijft onduidelijk, want Sigeroulaz zelf is... niets!
Dit merkwaardige fenomeen kom ik een paar keer tegen in de vallei: iets heeft een naam en daarom verwacht ik een dorpje te zien. Waarom zou je iets van niets een naam geven? Rare jongens, die Zwitsers.

In Vercorin aangekomen bedenk ik dat ik de naam van het hotel vergeten ben. Niet zo slim. Die informatie staat keurig opgeschreven op een kaartje dat ik heb opgeborgen in mijn bagage die nu in het hotel op mij staat te wachten.
Er zijn echter maar 2 of 3 hotels in het dorpje dus heb ik de juiste al snel gevonden, 'Victoria', heet het heel toepassselijk. De eigenaars zijn Nederlands en hun dochter runt een café-restaurant tegenover het hotel. Snel ben ik goede vrienden met iedereen. Tussen het hotel en het café-restaurant bevindt zich een pleintje van 10 bij 20 meter dat aangeduid wordt met het centrale plein van Vercorin. Jawel, ik zit weer in een kabouterdorp.
Iedereen lacht, de zon schijnt, kinderen spelen en zingen; wat een contrast met het vanmorgen verlaten Grimentz.
Het enige wat aan de buitenwereld doet denken is dat er elke middag een formatie straaljagers over komt vliegen, God mag weten waarom, Zwitserland heeft zich over het algemeen redelijk neutraal gedragen de laatste jaren. Het geeft een gigantische teringherrie. Ik plof neer bij het café en zing de rest van de dag uit in algehele gemoedelijkheid.

Back To Top