HOME blog 3 Val d'Anniviers, blog 4 - kaarten blog 5
Terwijl ik 's morgens met een steekwagentje de lunch naar mijn rugzak rol - zonder tonijn dit keer, laat het SNP maar niet horen - bedenk ik dat ik die hele Matterhorn nog niet gezien heb. Zo dichtbij en zo ver weg. Ik bekijk nogmaals de kaarten: niet alleen op zoek naar de Matterhorn, maar ook ter algemene oriŽntatie.
Het valt me op dat ik hier in de hele vallei nog geen 2 kaarten heb gezien die op elkaar lijken. Zwitserland mag dan geen taalstrijd kennen, en de religies slaan elkaar ook niet de hersens in, doch op het punt van de cartografie had best iets meer overleg gepleegd mogen worden.
De ene kaart kijkt de vallei in, de tweede kijkt de vallei uit, de derde kijkt van boven. Diverse kaarten kijken vanuit een hoek op de vallei (voor het reliëf) maar alle vanuit een andere hoek.
En - ik overdrijf niet - het is de Zwitsers zelf net zo onduidelijk als het mij is: op twee (uiteraard verschillende) metershoge overzichtskaarten zie ik dat tientallen aanduidingen ondersteboven staan geprint. Dat wil dus zeggen dat ergens halverwege de constructie, of de plaatsing, iemand van gedachte is veranderd omtrent boven- en onderkant. Een wonder dat hier niemand verdwaalt. Hoewel, dat weet ik helemaal niet.
Maar wat dan weer gek is: daar waar je de kaarten het hardst nodig hebt, zijn ze niet te vinden. Tijdens de route wil ik als wandelaar graag weten waar ik me bevind en wat ik precies zie. Maar helaas, onderweg ben ik niet 1 kaart tegengekomen. Alleen maar naambordjes, met daarbij soms een afstand (in tijd uitgedrukt).
Soms ook zie je 2 zelfde naambordjes op 1 paal, dan kun je links of rechts kiezen... tenminste, als je zou weten wat het precies is wat je kiest. Ik begin te twijfelen of reisorganisatie SNP zelf ooit iemand naar Zwitserland heeft gestuurd. En ik begin te twijfelen over de vermeende, spreekwoordelijke, precisie van de Zwitsers. Rare jongens zijn het.

Aan een muur tegenover het terras van het hotel plakken zwaluwen een nest in elkaar. Ik groet ze en ga op weg. Aan de overkant van de straat staat een kabelbaan voor de bergen van morgen. Maar die neem ik niet. Die is trouwens in onderhoud. Morgen wordt een megaklim, vandaag is een rustdag. Ik groet de kabelbaan en ga op weg.
Een rustdag. Nu ja, relatief dan. De rustdag bestaat er uit dat ik vandaag niet naar een ander hotel loop maar dat ik een rondwandeling maak en bij hetzelfde hotel terugkeer. De rondwandeling kan ik zo klein of groot maken als ik zelf wil. Eigenlijk maak ik geen rondwandeling maar een heen-en-weerwandeling. Dat heb je, wanneer de vallei iets nauwer wordt.
De keuken heeft me o.a. 2 broodjes ham meegegeven (speciaal op mijn verzoek geen kaas). Als ik ga zitten voor het eerste broodje maak ik kennis met de lokale specialiteit: de boter. Het ziet er uit als kots en het smaakt al niet veel beter. De ham smaakt gewoon naar ham.

Back To Top