HOME dag 3 Salau 2011 dag 4 - Port de Salau dag 5
Salau, 8 September 2011

Liefje,
Vandaag was de laatste hele dag hier in Salau. Ik heb wederom genoten maar ik vind het niet erg om morgenavond weer naar huis te gaan. Ik ben wederom hoog geklommen en laag gevallen. Nee, niet letterlijk, maak je geen zorgen.
Vanmorgen kon ik bijna niet uit bed komen. Niet alleen had ik overal spierpijn en had ik blaren onder beide voeten, maar ik had ook nog veel meer slaap nodig dan ik kon krijgen. En dat terwijl ik gisteren al behoorlijk vroeg in bed lag. Het ontbijt, waarvoor ik gisteren nog als eerste aanschoof, had ik vandaag pas om kwart voor negen en at ik maar half. Ik heb mezelf echt overeind moeten takelen. Een gast zei me dat ik niet moest vergeten dat ik hier voor mijn plezier ben. Ik siste hem toe dat hij stil moest zijn. Iedereen moest lachen.

Er is niets te tellen
Boven
Wat me goed uitkomt
Uitgeteld
Boven
Hoedje mee!
Met op mijn rug een mand vol proviand – ik had zelfs 2 broodjes ham meegekregen i.p.v. een broodje ham en een broodje kaas – vertrok ik richting Spaanse grens, naar Port Salau. Dat is ooit een route geweest, in omgekeerde richting, om Generaal Franco te ontvluchten die 70 jaar geleden nogal bruut huishield in eigen land. Het is de laagste doorgang in deze omgeving, maar vergis je niet, het ligt nog altijd ruim 1200 meter hoger dan Salau. Ik zorgde voor voldoende water want ik wist dat ik voornamelijk in de zon zou lopen vandaag. Het was in de schaduw al 30 graden. Hoedje op, altijd belangrijk, al beschermt die mijn nek niet.
Het eerste gedeelte volgde ik de route van de eerste dag, langs de 2 watervallen. Bij de tweede ben ik nu niet het weiland ingelopen maar ben direct verder gegaan, naar boven, naar boven. Het ging vrij makkelijk allemaal. De spieren kwamen los. Nadat ik ongeveer 300 meter had gestegen begon het opeens zwaar te worden. En het pad was zeker niet zo moeilijk als de vorige 2 dagen.
Ik rustte regelmatig uit. Het kwam daarom goed uit dat er vandaag behoorlijk wat gieren te zien waren. Helaas allemaal erg ver weg maar ze zijn ook op afstand erg mooi om te zien. Je weet hoe het gaat op een moeilijk stuk: je probeert de hele tijd te berekenen hoe veel je nu weer gestegen hebt, en meestal valt dat tegen. Alleen als je daar niet aan denkt, niet mee bezig bent, valt het mee.
Al vroeg nam ik de lunch tot me, maar ik kreeg nog geen half broodje door mijn keel. Een Mars als toetje lukte wel. Ik maakte mezelf wijs dat me dat nieuwe energie gaf. Ik had nog 2 Marsen bij me die ik dom genoeg pas een uur later wilde opeten. Tegen die tijd waren ze vloeibaar geworden.
Vogels waren er genoeg vandaag, zij het niet al te exotische soorten: roodborstjes, kwikstaartjes, zwaluwen, alpenkraaien en alpenkauwen. Ook zag ik de kolibrievlinder. Veel mooie bloemen waarvan ik de naam niet weet. En die plief-plafbeestjes die we zo leuk vinden, een soort salamander. Eentje bleef er lang genoeg zitten om wat water te geven, wat hij met zijn grappige tong oplikte.(*)
De gier die je hier vooral ziet is de vale gier. Ik had hem al een paar keer op de foto gezet, van veel te veraf natuurlijk, toen ik er achter kwam dat mijn fototoestel al de hele ochtend nog ingesteld was op de omstandigheden van gisterenavond. Het werd zodoende een wel heel erg vale gier. De foto’s van vanochtend kan ik helaas allemaal weggooien.

Een beetje op de automatische piloot wandelde ik door, niet te snel, niet te langzaam. Ik dacht aan wat andere mensen doen als ze hier lopen. De één wil zijn gedachten op een rijtje zetten maar dat zou bij mij een kort rijtje worden. De ander wil 'zijn hoofd leegmaken' maar ook dat kwam me nogal zinloos over, bij mezelf in elk geval.


* [een oplettende lezer van SNP schreef: "Dit zijn hagedissen (behoren tot de reptielen) en geen salamanders (behoren tot de amfibieën). Qua vorm lijken zij veel op elkaar. Echter hagedissen hebben schubben en bewegen zich snel als ze door de zon zijn opgewarmd. Salamanders hebben een vochtige huid zonder schubben, zijn veel langzamer en planten zich voort in het water. Hagedissen altijd op het droge.
In de bergen komen overigens zowel salamanders (bv. alpenwatersalamander) als hagedissen voor. Aan de foto te zien zou het een kleine (oftewel levendbarende) hagedis kunnen zijn. Deze komen tot hoog in de bergen voor.
Dit ter lering en vermaak."]
Ongeveer 200 meter onder de top – nee, het is een pas, geen top – zag ik opeens nog een berg opdoemen. Ik besloot toen direct dat als ik die ook nog had moeten bedwingen, dat ik dat niet gedaan zou hebben. Gelukkig was dat niet zo. Maar hoe dan ook besloot ik toen direct ook dat ik morgen niet meer zal lopen. Ik wacht de tijd af voor de herberg, op het terras.
Dat laatste stuk was opeens erg stijl en liep vermoeiend, wat enigszins te wijten was aan de ondergrond van losse keien. Maar vooral was het lastig omdat een duidelijk pad ontbrak. Doordat talloze lopers voor mij een eigen pad hadden gemaakt (en ongetwijfeld talloze koeien en andere beesten), was er volstrekt geen 'officieel' pad meer te ontdekken, zelfs niet wanneer ik soms nog een markering zag. Net zoals gisteren in die weide.
Als je even stilstaat en je kijkt naar boven en naar beneden kun je vaak wel een duidelijk pad zien, maar op de plek waar je bent is het niet te vinden. De routebeschrijving vermeldde zigzagpaadjes. Ik had er genoeg van, ik stopte de beschrijving in mijn rugtas en maakte één grote ZIG, recht op het doel af. Half dood kwam ik boven, groette een ruïne waarvan me niet is duidelijk geworden waarom die daar stond, groette Spanje, probeerde te ontdekken waar de Port d’Aula precies was (waar ik eergisteren was), en ging weer terug.
Het waren niet de spieren of de blaren, de benen of de voeten, het was niet mijn rechterknie (die vandaag eigenlijk beter was dan die de hele week is geweest), het was niet de zon... het was mijn kop. Die wilde gewoon niet meer. Ik wist het al een paar uur maar nu wist ik het zeker. Af en toe viel de motoriek zelfs een beetje weg. Oppassen geblazen.
Tijdens de afdaling was ik andermaal het pad steeds opnieuw kwijt hoewel ik de markeringen goed in de gaten probeerde te houden. De enige keer tijdens de afdaling dat ik er werkelijk niet aan twijfelde of ik goed liep, omdat er zo’n overduidelijk pad lag, en omdat ik even tevoren nog een markering had gezien, realiseerde ik me na een paar minuten ineens dat ik al een tijdje naar boven aan het lopen was! Hoe kon dat nu weer? Het bleek een paadje te zijn dat naar een berghuisje leidde, in aanbouw, op een punt van een berg. Ik moest weer terug.
Vlak daarna gebeurde er nog iets merkwaardigs. Ik zag iemand een stukje boven me die ook aan het afdalen was. Hij liep minstens twee keer zo snel als ik, in rabiate vaart. Hij zou me vast binnen een minuutje hebben ingehaald. Even later keek ik weer om, en om, en om... hij was verdwenen. Ik keek nog eens goed naar boven, en natuurlijk ook naar beneden – mogelijk had hij een bocht afgesneden – maar zag hem niet, terwijl ik dat hele stuk van de vallei kon overzien.
Al uren wilde ik beneden zijn maar toen ik bijna beneden was wilde ik juist weer dat het nog iets langer zou duren. Een mooie gelegenheid diende zich aan toen ik de eerste kleine waterval weer passeerde. Deze had ik op de eerste wandeling al gezien maar, zo op de laatste wandeldag, vond ik het een mooie afsluiter om het nog eens te bekijken. Ik ben heel blij dat ik dat gedaan heb want vandaag was het niet bewolkt maar uiterst zonnig en de waterval zag er dan ook meteen heel anders uit. Ik zal niet in sprookjesbeschrijvingen vervallen maar het gaf me zeker een gevoel op een heel speciale plek te zijn. Het water glinsterde in de zonnestralen. Het klaterde helder in het rond. Als je een pr-stunt wilt uithalen en net als Bernadette zou zeggen dat je Maria hebt gezien dan is dit de uitgelezen plek. Salau zou nooit meer hetzelfde zijn.
Toen ik me omdraaide om verder te lopen zag ik een eekhoorntje van de ene boom naar een andere springen.

Straks eten we eendenborst, Liefje, ik ben me nu geestrijk aan het voorbereiden met de inmiddels bekende Pelforth Brune. Anouk heeft een extra sixpack voor me meegenomen uit het dorp verderop. Oh, wat zal ik slapen straks. En morgen doe ik helemaal niets.

Back To Top