HOME dag 1 Salau 2011 dag 2 - Port d'Aula dag 3
Salau, 6 September 2011

Hoi Liefje,
Ik heb een vermoeiende en tegelijk verkwikkende dag achter de rug. Een heerlijk lange wandeling gemaakt. Laat ik beginnen bij de ochtend.

Ik tel tot negen
Verder kan ik niet
Zes het product van mens en machine
De overige vormloos maar
Gelijk aan grootte: klein
Tevreden pak ik een hoedje in


Vanmorgen neuriede ik al vrij snel en zonder daarover nagedacht te hebben 'Always The Sun' van The Stranglers. Om het op één lijn te houden trok ik daar 'Goodbye Toulouse' nog bij uit de kast en legde die ook op de imaginaire draaitafel. Een mooi duo.
Tijdens het ontbijt bekeek ik de map met wandelingen die hier ligt en koos ik er één uit die niet in de SNP-folder is beschreven. De SNP heeft enkel wandelingen opgenomen die vanuit de herberg beginnen. Deze wandeling begint een vallei verder. Het voert van Faub naar Port d’Aula.
Faub is een dorpje waarvan de huizen zo verspreid liggen dat het de gemeente onduidelijk is waar zij precies het naambordje langs de weg moest zetten en dat dan ook maar niet heeft gedaan. Ik kan dus ook niet met zekerheid zeggen of ik er wel doorheen gekomen ben. Het moet wel, logischerwijs, want net als deze vallei, telt ook die vallei maar één weg. En net als hier houdt ook die weg plotseling zomaar ergens op. Eigenlijk begint de wandeling een heel stuk voorbij Faub, maar dat is waar ik begon te lopen. Dat zit zo. Ik had Anouk gevraagd of ze me een lift kon geven naar het beginpunt. Dat vond ze geen probleem, zei ze terwijl ze me mijn lunchpakket aangaf, ze zou het combineren met haar inkopen, een dorp verderop. Maar er waren twee mensen in de herberg te gast die ook ongeveer die kant opgingen. Deze mensen boden me aan mij op het beginpunt af te zetten. Iedereen is hier echt belachelijk aardig, je zou er een zwakke maag van krijgen. Nu hadden deze mensen gisteren schade aan hun auto gehad (een inbraak in Toulouse) en de weg door Faub is van zulke slechte kwaliteit dat ik bang was voor steenslag aan hun net gepoetste voertuig. Bij het eerste losse asfalt riep ik al halt en zei ik dat ik de rest wel zou lopen. Ik schatte dat het beginpunt hier hooguit een paar honderd meter vandaan kon zijn. Het beginpunt was om precies te zijn vierhonderd meter verder. Maar het waren dan wel vierhonderd hoogtemeters! Dat had ik een beetje verkeerd ingeschat. Maar ik had geweldig goede benen en liep door als een echte pelgrim. Op naar Spanje.
Hier en daar zag ik al een gier, een vautour. Niet te verwarren met een voiture, daar waren er aanzienlijk minder van. Om 11 uur, een uur nadat ik begon te lopen, kwam ik op het beginpunt. Vanaf daar was het nog een goede 800 meter (hoogtemeters) naar de top. Had ik al gezegd dat ik in de volle zon liep? Onderweg passeerde ik één huisje van een schapenboer of iets dergelijks. Ik zag hier en daar groepjes koeien, op een berg verderop liepen wat wilde paarden, en er vlogen wat ondefinieerbare vogeltjes af en aan. In de omgeving zag ik besneeuwde bergtoppen. Hoewel ik op zeker moment op gelijke hoogte liep heb ik zelf geen sneeuw mogen aanraken.
Er lagen 2 mooie meertjes op de route. Mooi om je lunch bij te nuttigen. Nabij de eerste was een 'refuse' in aanbouw. Net zoals wij toen in de Hoge Pyreneeën hebben gezien, speciaal voor wandelaars die alleen maar op hoogte willen lopen en niet elke dag weer naar een dorpje willen afdalen om te overnachten.
Er is, naar verhouding, erg veel in aanbouw hier in de omgeving. Helaas lijkt het allemaal nooit af te komen. Het lijkt me ook zo zinloos, wanneer je ziet dat er elders mensen wegtrekken. Wat zou je zelf dan nog iets nieuws gaan bouwen? Een 'refuse' is natuurlijk geen woning dus misschien dat dat nog wel eens zal worden afgebouwd.
Het eerste meertje zat barstensvol visjes, het tweede zag zwart van de kikkervisjes. Er zwom ook een grote dikke zwarte tor in het water maar die hoorde daar duidelijk niet thuis. Die beesten zijn wel zo onhandig. Hoe die ooit aan een vliegbrevet zijn gekomen is me een raadsel. Je hoort ze al van verre aankomen, net brommers, ze zwieren en zwaaien en ontwijken maar net je hoofd. Als je ze ziet landen lach je je helemaal suf. Ze vliegen tegen een bloem aan of crashen in het gras, rollen een stukje verder, komen altijd op hun rug terecht en trappelen dan met hun pootjes hulpeloos in de lucht. Een wonder dat ze overleven. Ze zullen wel met veel zijn, in het seizoen.
Buiten het seizoen op vakantie gaan heeft zo zijn voordelen: weinig wespen, bijen, muggen en vliegen. Van teken heb ik geen last, ik was door SNP gewaarschuwd een lange broek te dragen. En uiteraard zijn er nu lekker weinig mensen. Toen ik mezelf bij het tweede meertje met de zelfontspanner op de foto zette, reden er opeens 2 mountainbikers voorbij. Je zult de foto wel zien. Ik sta er door het plotselinge verschijnen van die andere mensen nogal onhandig op. Ze zullen uit Spanje zijn komen fietsen.
Even later stond ik op de top, de Port d’Aula, oog in oog met Spanje.

Een grensgeval
Zonder controle
Die echter niet verloren mag worden
(één verkeerde stap en je hebt een onvergetelijke vakantie)
Alles is hier even prachtig
Ik ben hier
Alles is hier
Even eeuwig
Ruim voor op het schema van de adviestijd begon ik de terugtocht, de zelfde weg. Nu stonden er ergens opeens 2 ezels dwars op de weg, juist op een stuk waar ik niet onder- of bovenlangs kon klimmen. Ik moest ze passeren. Voorlangs zou ik de kans lopen dat ik door een hoofdbeweging van zo’n beest opeens een haarspeldbocht lager lag. Achterlangs zou ik moeten oppassen voor hun hoeven. Toch maar achterlangs, en zo weinig mogelijk aandacht aan ze schenken. Ik passeerde heelhuids, haalde opgelucht adem, maar hoorde opeens hoefgeklop achter me. Ze kwamen me achterna! Zo onopvallend mogelijk versnelde ik mijn pas. Gelukkig was ik bij de volgende bocht uit beeld. Iets wat uit beeld is kun je niet achterna lopen, in ezelslogica.
Vanavond hoorde ik van iemand in de herberg dat ezels graag willen knuffelen. Dat is heel mooi van ze, maar ik heb toch liever dat ze niet met mij knuffelen.
Terug bij het beginpunt bleek ik reuze snel gelopen te hebben. Onverminderd hard liep ik verder naar beneden, naar Faub, waar het dan ook precies ligt. Salau was nog ver weg. Ook het tussenliggende Couflens was nog ver weg. Couflens is de gemeente waartoe de omliggende dorpen behoren (maar een café is er niet), misschien dat ik er ergens zou aanbellen voor wat extra water. Daar had ik nog maar erg weinig van. Het is je al duidelijk dat ik reeds had besloten niet te proberen een lift te krijgen. Gewoon doorlopen.
Ik zag geen mens in Couflens en heb nergens aangebeld. Wel ging ik even in een vers gemaaid stukje gras zitten. Ik had zo snel niet gezien dat de brandnetels ook vers gemaaid waren. De netels blijven nog even actief nadat ze zijn afgesneden. Weer iets geleerd.
Van Couflens naar Salau liep de weg weer een stuk omhoog, wat ik niet erg vond, zo op het eind van de wandeling. Terug bij de herberg zag ik dat ik 7 uur en een kwartier had gelopen. Voor de wandeling van het beginpunt tot aan de top en terug stond alleen al 7 uur. Ik had 1250 meter gestegen en 1500 meter gedaald en had begrijpelijkerwijs nogal dorst. Ik plofte neer op het terras en bestelde meteen maar 2 Pelforth en wat rosé. Op het terras maakte ik nader kennis met de andere gasten. De 2 Limburgers zijn zeer toffe lui. Er zijn veel Nederlanders, maar ook wat Duitsers, Fransen en Belgen. Iedereen is, terecht, laaiend enthousiast over de omgeving, de herberg en de keuken. Daarnet heeft iemand het menu voor vanavond bekeken – dat hangt hier buiten, want de keuken is ook open voor mensen zonder logies – en het belooft weer veel goeds.
Welterusten alvast, Liefje, morgen schrijf ik je weer.

Back To Top