HOME dag 16 Peru 2010 dag 17 - Beestjes dag 18

Vandaag een lange ochtendwandeling door de jungle. Neem proviand mee en flink wat water. Het is droog. Toen we wakker werden meenden we het nog te horen regenen, maar dat bleek slechts wat ochtendmist, het heeft hier al maanden niet geregend.

Een termietenheuvel zo groot als een flinke huiskamer. De termieten draaien er hun hand niet voor om. Dat het al maanden droog is, is goed te merken. Dorre bladeren alom en weinig spannende beesten. De vegetatie zingt de tijd een beetje uit tot het regenseizoen weer begint.

Paul laat een plant zien waar kleurstof in zit. Daar kun je leuk je gezicht mee beschilderen om boze geesten weg te jagen. Alsof ik dat nodig heb met mijn gezicht. Ik vergeet dat ik het op mijn gezicht heb tot ’s avonds aan tafel. Mijn buurman gaat discreet een stukje verder zitten.

De hot lips plant. Wat moet ik er verder over zeggen?

Een tunneluitgang van een cicade, een wonderlijk insect dat 17 jaar in de grond zit, dan met miljoenen tegelijk luidruchtig op dezelfde dag het nest verlaat, als een bezetene begint te paren en dan het leven laat.

Paul vertelt iets over de schors van een bepaalde boom. De vroegere bewoners wisten van alles en nog wat uit de bomen te halen. Het staat allemaal ter beschikking, je moet het alleen net even weten.

Paul laat ons bladeren proeven. Van een bepaald blad begint je tong te tintelen. Het is de ‘anesthetic tree’, speciaal voor verdovingen. Een volgend blad smaakt naar menthol. Sterker nog, het is menthol. We kwamen voor de beesten maar dit is ook allemaal heel leerzaam.

Een nogal gehavende vlinder laat zich makkelijk pakken. Hij voelt dik en zwaar aan. Stevig ook, je hoeft niet bang te zijn hem zomaar fijn te knijpen.

Bij het Cocococha-meer krijgen we wat tekst en uitleg. Er zijn wilde otters en diverse vogelsoorten. In een spottershuisje valt mijn oog op een vogelkaart. Jammer genoeg zijn er maar een paar te zien vandaag.




Wat een rust op het Cocococha-meer, stiller dan hier maken we niet mee in de 4 dagen in de jungle.

De Hoatzin zit gezellig in een boom.

De vogelgids van Peru meldt terecht: it would be difficult to design such a strange-looking bird.




Merkwaardige bolletjes groeien op een boom.

Hannie voor een strangler fig tree. De boom die hier oorspronkelijk stond is hierdoor gewurgd.

Ik wandel een stukje mee met een 'walking tree'.

Paul vertelt onverstoorbaar door over de medicinale werking van weer een andere boom. De naam van deze boom weet ik niet, maar de bast is goed tegen malaria. Als je elke twee dagen een snippertje van de bast eet krijg je gegarandeerd geen malaria. Het is dan ook de ‘national tree of Peru’.

Sommige bomen hier zijn echt belachelijk hoog.

Mieren lopen over een ‘gringo tree’. De naam van deze boom is ontleend aan het feit dat gringos (buitenlanders) net als de boom steeds hun huid verliezen. Bij gringos is dat door de zon, bij de boom zal dat vast anders zijn.

Plotseling maant Paul ons tot stilte. We zijn al stil dus we gehoorzamen moeiteloos. Even verderop is een groep ‘peccaries’, een soort wilde zwijntjes. Een lawaai dat ze maken! Ze bijten op wortels en andere harde zaken. De groep is wel meer dan 50 sterk. Even later schrikken ze en rennen massaal weg, gelukkig de andere kant op.

Hannie bekijkt een zogenaamde ‘monkey stairs’.
Overigens lijkt Pauls stem sprekend op die van Fozzie Bear, wat ik hem niet durf te zeggen. Niet omdat ik bang ben dat hij niet tegen een grap kan, maar omdat ik niet weet of Fozzie Bear in Peru wel zo klinkt als bij ons.

Tijdens het etenstijd praten we ook met andere groepen. Iedereen heeft zo zijn eigen programma met eigen gids. Als de ene groep een wandeling maakt, maakt de andere groep een boottochtje. Uiteindelijk doet iedereen alles. En wij zien iets meer omdat we het lange arrangement hebben geboekt.

Op een bord is te zien welke bijzondere beesten zijn gesignaleerd. Paul heeft trots onze ‘peccaries’ vermeld. Liever hadden we natuurlijk een tapir gezien, of een poema, of een reuzemiereneter, maar je kunt de natuur niet sturen en we hebben het goed naar ons zin.

Bij de aanlegplaats voor de Explorer’s Inn is het goed toeven, zo wanneer de zon net ondergaat en het bankje niet instort onder het gewicht van de mieren. Die mieren, veel verschillende soorten, kunnen echt gevaarlijk zijn. Zeker de 'bullet ant'.

Bankje. Jungle van Peru. Begin van de avond.




In de avond maken we... jazeker, een avondwandeling. Zaklampen mee en op pad. Nog voor we beginnen wijst Paul ons op enkele joekels van spinnen, zo groot als mijn hand. Waar komen die opeens vandaan? Nergens vandaan. Die zaten hier al de hele dag.

Verdomd, er zit er ook een op het bord waar ik 's middags nog tegenaan leunde. Daar waar het hout wijkt heeft hij zijn/haar nest. Ik heb niet gekeken of het een mannetje of vrouwtje is. Rustig, ze eten geen mensen.

Vogels slapen ook. Ze zitten als een balletje in elkaar gedoken op een tak.
Halverwege de wandeling gaan de lantaarns weer uit... meditation time. De beesten doen daar niet aan.

Een sprinkhaan met enorme voelsprieten. Die zal hij wel regelmatig stoten als hij ergens heen springt. Nadat we de spinnen in de buurt van de lodge hebben gezien, kijken we nauwelijks op van de spinnen in de jungle. Terwijl die soms veel gevaarlijker zijn.

We hebben de eerste volle dag overleefd en zijn niet geprikt, gestoken of opgegeten. We merken alleen bij thuiskomst dat er een paar kakkerlakken in de kamer rondwandelen. Ze kruipen weg in de houten muren van gatenkaas. Je krijgt ze onmogelijk te pakken.