HOME dag 15 Peru 2010 dag 16 - Jungle dag 17

Vroeg is soms heel erg vroeg. Toch rekent het hotel overal op: zelfs voor ons is het ontbijt reeds geopend. Het vliegtuig is deze ochtend namelijk 3 uur te vroeg. Gelukkig had het reisbureau ons hotel de avond tevoren ingelicht.

We vliegen naar Porto Maldonado, waar niet meer dan een handvol toestellen per dag landen en vertrekken. Het is warm en droog. Alles is van stof. Onze gids Paul wacht ons op en draagt de rugtassen naar een tuk-tuk.

Met de bagage is de tuk-tuk al vol, maar wij moeten er zelf ook nog bij. Schuif eens op, Paul zelf moet er ook nog bij. Het ritje duurt maar een paar minuten, dan zijn we bij het kantoortje van Explorer’s Inn.

In het kantoortje zoeken we onze bagage weer uit. Wat we de komende 4 dagen niet nodig hebben in de jungle laten we hier achter. Het klimaat is hier volstrekt anders dan we tot nu toe gewend waren. Enerzijds wil je daarom met korte mouwen lopen, anderzijds wil je niet door muggen worden lekgeprikt.

We vertrekken nog niet direct naar de jungle. Er zijn nog 2 andere bezoekers onderweg met een vliegtuig dat niet vervroegd was. Het kan nog 2 uur duren. We wachten, begrijpelijk, want de reis naar de jungle duurt wel 3 uur. De gidsen kunnen niet zo makkelijk even op en neer naar het vliegveld.

Paul zorgt er voor dat we de tussenliggende tijd goed doorkomen. Hij laat ons even de omgeving zien, achter het kantoortje, vertelt iets over de ‘ijzerboom’ waar houtskool voor de barbecue van wordt gemaakt, en laat ons verse cacaobonen proeven.

Maar er is nog veel meer tijd over. We pakken de bus naar de stad en lopen wat rond. Langs het water waar een brug wordt gebouwd die Peru sneller met Brazilië moet verbinden. Over de markt waar Paul ons wat dingen laat proeven. We pikken ook meteen de lunch op. Voor later.

Terug bij het kantoortje blijkt dat de andere reizigers vertraging hebben. Paul beslist dat het te lang gaat duren, we wachten niet op hen. Zij zullen helaas de nacht in Porto Maldonado moeten verblijven en pas morgen naar de jungle afreizen.

We zitten een uur in de bus, de wegen zijn slecht. Op diverse plekken worden bruggetjes gebouwd over een riviertje. Een meerjarenplan. Het is overal erg droog. Ik neem aan dat de bouwers vooral in dit seizoen tempo zouden moeten maken, maar de middelen zijn beperkt.

De bus stopt bij de Madre de Dios rivier. Vanaf hier gaan we per boot verder naar het Tambopata reservaat alwaar de Explorer’s Inn gelegen is. Deze lodge was 25 jaar geleden een van de eerste, nu zijn er een stuk of 10 in dit gebied.

Peruaanse mieren zijn geen gewone mieren. Er zijn 2 soorten: gemene mieren en heel gemene mieren, wat meestal samenhangt met de grootte van die beestjes. Voor grote mieren moet je goed oppassen, voor heel grote mieren moet je heel goed oppassen.

Het instappen in een smalle boot gaat vaak gepaard met onbedoelde schommelpartijen. Let goed op je evenwicht. Zorg er ook voor dat het gewicht van de bemanning en passagiers evenredig over de linker- en rechterkant verdeeld is.

De koud geworden lunch nemen we op de boot. Rijst, aardappelen, een stukje kip.

Hier en daar zien we een bootje langs de kant liggen die de bodem van de rivier naar boven pompt. Het is geen baggerwerk, het is mijnwerk. Het zijn goudzoekers. Ze vinden een paar gram per dag.

De jungle is niet meteen een grote beestenboel. Wel zien we hier en daar een schildpad die ligt te zonnen. Een paar vogels. In de verte eens een kaaiman.

In de bochten van de rivier – en het is niets anders dan bochten – is de kleiwand behoorlijk afgesleten. Op sommige stukken kan wel een paar meter per jaar in de rivier vallen. De rivier verandert elk jaar een beetje.

Niet alleen klei, maar ook bomen komen op die manier in de rivier terecht. In dit gedeelte van de rivier is de doorgang goed. Overmorgen moeten we goed navigeren.

We beginnen te begrijpen dat Paul onze privégids is, wat een luxe. Wij hebben een arrangement voor 4 nachten, wat inhoudt dat we overmorgen tijd hebben om ook een nacht nog verder in de jungle te gaan kamperen.


Bij de lodges maken we kennis met de vrijwilligers en de werknemers. De vrijwilligers zijn goedbedoelende Amerikanen: tree huggers met mislukt hippiebaardje, sandalen en een voorliefde voor linzensoep.

De lodges liggen in een prachtige omgeving. In de bomen op het terrein zitten diverse tropische vogels. Een flink aantal ‘Crested Oropendola’ zijn hun nest aan het bouwen. Het zijn wevervogels, ze weven een hangend nest van ruim een halve meter.

Een pantermotiefje als beddengoed, meer heeft een toerist niet nodig in de jungle van Peru. De klamboe was zodanig bevestigd dat deze precies aan 3 kanten van het bed kon worden ingestopt. Alleen het hoofdeinde was doorlatend, zodat dus met een eventuele aanval van onder het kussen moest worden rekening gehouden.

Tussen de excursies en etenstijden door is er voldoende tijd om een biertje te nuttigen. In de tropische hitte geeft slechts de eerste slok verkoeling, bij de tweede slok is het al warm geworden. Onze kleding is niet het meeste charmante uit de voorjaarscollectie. Het moet bescherming bieden en toch licht zijn.

De lodges staan op palen, tegen de enge beesten en het water. Water is er niet. De enge beesten zien we misschien nog. We smeren ons in met deet en slikken maliariapillen. Paul neemt ons mee voor de eerste officiële excursie, een boswandeling. Het eerste wat we zien zijn de zg. ‘walking trees’. Bomen met een netwerk aan bovengrondse wortels. Als zo’n boom te weinig zonlicht krijgt, kan de groei van de wortels er voor zorgen dat de boom opschuift naar het zonlicht. Wel een meter per jaar.


Beesten zien we niet zoveel. Paul vertelt wel veel over allerlei planten en bomen. Minder spectaculair maar wel interessant. En ‘hot lips’ bloem doet het goed op de foto.

Paul heeft een mp3-speler met vogelgeluiden. Eens kijken hoe de vogels hierop reageren. Ze reageren niet.

Na het eten maken we een kleine boottocht in het donker, op zoek naar kaaimannen. Eerst krijgen we nog een uitleg van het huis. We weten nu alles van die beesten, bij voorbeeld dat ze hier in de buurt eigenlijk niet voorkomen. Wel zien we een paar kleintjes, uit de verte, hun ogen reflecteren de zaklamp van Paul.

Op het water zagen we niet heel erg veel, wel hoog in de hemel, duizenden sterren. Overweldigend, vooral ook omdat Paul een moment van ‘meditation time’ ingelaste. Iets wat hij dagelijks doet.

Het heeft wel iets, in het pikkedonker, luisterend naar de stilte die nooit helemaal stil is in de jungle. Terug op het land zagen we nog wat kruipende wezens, een behoorlijke spin en een dikke pad.