HOME dag 11 Peru 2010 dag 12 - Dead Woman's Pass dag 13

Om het water te ontsmetten kookt de kok ’s avonds een paar liter voor ons. Voordat je het de volgende dag gaat drinken is het wel afgekoeld, maar in de tussentijd kun je het mooi gebruiken om je slaapzak warm te houden. Een dubbele functie.

Wakker worden is geen probleem in deze prachtige omgeving, bovendien geeft Carlos wekservice met koffie. We hebben naar omstandigheden goed geslapen. Behoorlijke toiletten zijn er niet, het is behelpen. Het ontbijt staat al klaar en we vallen aan.

Een schets van de 'Camino Inca'. Vandaag passeren we het hoogste punt, 4200 meter boven zeeniveau. Op het plaatje ziet het er vrolijk uit.

De pas die we over moeten heet “Dead woman’s pass”, het silhouet lijkt op dat van een dode vrouw. Een beetje fantasie doet wonderen. Getrainde benen en longen doen ook wonderen want het is 1200 meter hoogteverschil.

Amigos.

Een moment rust en een goede plek voor de dragers om ons te passeren.

Een hertje in het struikgewas. Dichtbij en niet bang.

We zien niet al te veel beesten onderweg. Een paar koeien en schapen, lama’s natuurlijk, en… een wandelende tak. Carlos noemt het een sticky-stick, omdat de Peruaanse vertaling ook een dubbel woord is. Palu-palu, geloof ik. Shannon hoort me over beesten praten en denkt dat ik een entomoloog ben.

De gidsen weten eigenlijk niet zo veel te vertellen over de fauna en de kennis van de flora beperkt zich tot de medicinale planten, struiken en bomen. De brilbeer moet hier ook ergens rondlopen in de Andes. Carlos noemt de ‘spectacled bear’ de ‘spectacular bear’.

Bijna boven. De zon is moordend. De treden nog erger.

Er is een groep lopers die zich kleden in dierenpakken. In die hoedanigheid lopen ze diverse treks per jaar, waaronder eens per jaar de Inca Trail. Een tijger, een kip, twee koeien, een geit. De geit is het snelst, wat best opmerkelijk is want die heeft een gebroken teen.

Schitterend uitzicht over de bergen. Hannie komt op haar laatste krachten boven.

We poseren bij het hoogste punt op Dead Woman’s Pass. De rest van de dag lopen we naar beneden.

Naar beneden dus. Pfffff.

Mitt houdt de moed erin. Als hij begint te praten mis ik steevast de eerste paar woorden.

De camping komt in beeld, wat niet betekent dat je direct naar je tent toeloopt. Er zijn 500 mensen op de camping, verdeeld over misschien wel 30 plekken. Carlos heeft ons al verteld dat we vandaag plek 18 hebben, maar dan nog is plek 18 niet direct gevonden.

Er worden 500 permits per dag afgegeven voor de Inca Trail. Dat aantal is inclusief gidsen, dragers en koks, zodat er slechts ruimte blijft voor 200 of 250 toeristen per dag. We hebben al een half jaar van te voren moeten boeken.

Eindelijk hebben we dan de juiste plek gevonden, we ploffen neer en nemen een biertje. Dat hadden we onderweg gekocht bij het laatste standje dat we tijdens deze trail tegenkomen.

We gebruiken een late lunch in de tent om op krachten te komen. Team Switzerland en Team USA waren drie kwartier voor ons aangekomen. Uren na ons arriveren de achterblijvers pas.

Als de anderen er eindelijk zijn, duikt Russ meteen de tent in en laat zich nauwelijks meer zien vandaag. Hij zit er helemaal doorheen, en we zijn pas halverwege.

Ik doe een middagdutje. Het valt niet mee om mijn schoenen uit te doen; schoenen, sokken en voeten zijn met elkaar vergroeid en de stank is overweldigend. Iedereen stinkt een uur in de wind. Je doet er niets tegen. Het heeft ook geen zin om steeds een nieuw shirt aan te trekken dus doe je dat maar niet.

Mitt lijkt onafscheidelijk te zijn met zijn wollen muts totdat we hem er opmerkzaam op maken dat er swastika’s in het patroon zitten.

Als de zon verdwijnt koelt het snel af, ook al is het nog middag. Je kunt de wolken bijna aanraken. Als golven in een baai stromen ze in en uit de vallei, een mooi gezicht.