HOME dag 10 Peru 2010 dag 11 - Inca Trail dag 12

De bus staat volgens afspraak ‘s morgens vroeg voor de deur. Nou ja, niet voor de deur. Daar is het steegje net iets te smal voor. De gids kwam gisteren al even kennismaken om de trail door te spreken. Het is een druk mannetje, hij heet Carlos en zijn stopwoord is ‘amigos’. Iedereen is zijn amigo. Eerlijkgezegd zou niemand dat ook kunnen ontkennen.

We pikken de andere passagiers op, en de dragers en koks. Carlos verwelkomt die met een welgemeend ‘Putas Amigos, buenos diaz’. Hij heeft een kwajongenslach, heheheheh. Als hij praat doet hij dat in de hoogste versnelling, plakt alle woorden aan elkaar en dompelt zijn accent in een pittig spaans sausje. We moeten dus goed opletten als hij iets zegt, amigos.

De andere gids is Jo-Anne, ze is de rust zelve. In de bus tellen we het aantal toeristen. Zo te zien gaan we de trail met 10 lopen (en een stuk of 10 dragers en 2 gidsen). Ik zie dat ik lang niet de enige ben die geen bergschoenen heeft.

Op weg naar KM82, het beginpunt van de trail. Onderweg ontbijten we in Chinchero, een gehucht met belangrijkste wapenfeit dat men hier meer holhoeden dan bolhoeden draagt. In de buurt zien we de indrukwekkende ruďnes van Ollantaytambo liggen. Geen tijd om die nu te bezoeken, en bovendien belachelijk duur.

Vrouwtjes drommen om de bus om loopstokken te verkopen. We hoeven niet. Nee echt niet. Nee, dank u. Hannie gaat na het ontbijt nog even naar het toilet en bezoekt en passant de keuken en een slaapkamer. Het staat er allemaal ook niet zo duidelijk aangegeven.

Ons gezelschap bestaat uit flying doctors John en Shannon, Miami-genieters Russ en Mike, eenling Bruno uit Zurich, en Nieuw-Zeelander Mitt. Ik vraag enkele malen hoe hij nu precies heet, telkens is het antwoord ‘Mitt’. Pas de laatste dag, als hij zijn naam in mijn boekje schrijft, zie ik dat het eigenlijk Matthew is. Kiwi-uitspraak is soms moeilijk te verstaan.

Verder is er een Chinees-Roemeens-Amerikaans duo dat nogal op de achtergrond blijft, Calin en Cheng. De gidsen zijn Carlos en Jo-Anne. De namen van de dragers en de kok leren we niet kennen, we spreken ook nauwelijks met hen.

De bus zet ons af bij KM82, we controleren onze rugtassen die nu al zwaarder lijken dan vanmorgen. De paspoorten en permits worden bij de ingang gecontroleerd, alles is in orde. We kunnen beginnen.

De eerste dag blijven we als groep bij elkaar lopen, steeds korte stukken omdat Carlos regelmatig stilhoudt om allerlei dingen te vertellen over de Inca-ruďnes, over de trail, de omgeving, de geschiedenis.

De trail is vrij makkelijk, de eerste dag. Het zonnetje schijnt redelijk maar niet te warm, het pad is goed begaanbaar. De totale lengte van de trail is 48 kilometer.

Carlos vertelt over Hiram Bingham die in 1911 Machu Picchu ontdekte. Hij vertelt over de Spanjaarden die Machu Picchu nooit ontdekten. Dat is niet zo moeilijk te onthouden. Toch zegt hij het vandaag en de volgende dagen een stuk of 60 keer. Voor de zekerheid.

Eerste tekenen van oude Inca-beschaving. De daken waren van stro, dus die blijven niet bewaard. Ook dit vertelt Carlos ons tientallen malen.


Als het lichtjes bergop gaat, zien we al snel dat Russ wat langzamer loopt dan de anderen. Toch is hij niet onervaren. In Amerika heeft hij reeds tal van survivaltochten gemaakt.

Op de daken zie je vaak een houten kruis met aan weerszijden een keramieken stier. Ook in Cusco zagen we dat al veelvuldig. Een symbool van geluk en vruchtbaarheid en ter bescherming van het huishouden. Of zoals Carlos zegt: For good life, good money, good drink.

De eerste dag zijn wij eerder op de lunchplek dan de dragers. Het is de enige keer dat we eerder zijn. We zien de dragers de tent opzetten en de kok het eten bereiden.

Vaak staat er soep op het menu. En prakjes met van alles wat erin. Het doet er niet zoveel toe wat we te eten krijgen en of het nu echt wel heel lekker is, we hebben zo’n trek dat we steeds alles opmaken.

Het is ook logisch dat we niet de meest exclusieve maaltijden krijgen voorgeschoteld; al het eten voor 20 man voor 4 dagen moet worden meegesjouwd. Als je dat bedenkt dan valt het erg mee wat we allemaal krijgen.

In de eettent passen precies 10 personen, maar de gidsen kunnen er ook nog wel bij.






We zien een grotere ruďne, die van Llactapata.



Jo-Anne neemt de hoogteverschillen met ons door. Vandaag is een makkie, maar morgen staat ons flink wat te wachten. Er wordt jaarlijks een dragers-marathon gehouden over de Inca Trail (zonder bagage). De snelste deed er vorig jaar 3 uur en 45 minuten over.

Wij doen er 4 dagen over, en per dag krijg ik meer ontzag voor die marathonlopers. Ik schat in dat als zij zouden trainen op een vlakke ondergrond, ze zonder enig probleem de recordtijd van de gewone marathon zouden verpulveren.

Met zulk uitzicht mis je niks van thuis. Als het donker is zien we ook nog eens duizenden sterren.

Een kolibrietje, niet zo schuw als je misschien zou denken.

De camping voor de eerste nacht. Alles staat al klaar voor ons, de dragers zorgen overal voor. Wij hoeven alleen maar te lopen, te eten en te slapen.
Er is geen tv, geen computer, en al vroeg is de zon onder. Na het eten zitten we nog een uurtje bij elkaar in de eettent verhalen te vertellen. Dan slapen. Iedereen is moe.
Als snack heeft men voor popcorn en koekjes gezorgd. Er is oploskoffie, oploschocola en thee. En de dragers hebben (alleen voor de eerste dag) zelfs nog een paar biertjes meegenomen.