HOME dag 7 Peru 2010 dag 8 - Cusco dag 9

Van Arequipa vliegen we, met een tussenlanding op Juliaca, naar Cuzco. Het vliegtuig maakt rare geluiden maar vertrekt toch, met een kwartiertje vertraging. Op Juliaca gaat het mis. De geluiden worden raarder en raarder. Het vliegtuig blijft aan de grond.

Eerst worden tot twee maal toe alle boarding passes bekeken, er zou één persoon te weinig uitgestapt zijn. Of één persoon te veel ingestapt. Dan wordt verteld dat de weersomstandigheden in Cusco slecht zijn, zodat we nog niet mogen opstijgen. Allemaal onzin.

Dan vertrekken we alsnog. Dan weer niet. Nogmaals worden de boarding passes gecontroleerd. De passagiers willen weten wat er aan de hand is. Iemand belt een vriend in Cusco, het is er stralend weer.

Uiteindelijk geeft de captain toe dat er iets mis is met de motor. Alle passagiers moeten uitstappen. In de hal staan koffie, thee en koekjes voor ons klaar.

De hal van het vliegveld is klein. Het vliegveld is ook klein, met slechts 5 of 6 vluchten per dag. Er hangt in ieder geval mooie kunst aan de muur. Na een half uur mogen we het vliegtuig weer in, onder voorbehoud.

Tot onze verbazing doet de motor het. Gelukkig, anders hadden we pas morgen weer een vliegtuig kunnen hebben. De geluiden zijn niet verholpen, maar we zijn in de lucht en elke kilometer is er een.

Bij aankomst in Cusco, 3 uur te laat, is onze taxi verdwenen. Dat nemen we de taxi niet kwalijk, we nemen er zelf een en laten ons naar het hotel rijden.

Eerste blik vanuit het hotel over de vallei waarin Cusco ligt.

De binnentuin van het hotel. Er vliegen vlinders en kolibrietjes in het rond. Er is gratis coca-thee. Na 3 bekertjes heb je dat wel weer gehad.

De kamers zijn ruim en mooi. Het toilet maakt ook hier weer een geluid alsof je een lama doortrekt. We wilden toch niet te veel binnen zitten, vooruit, de stad in.

Het steegje waarin ons hotel is gelegen is breed genoeg voor auto’s. Constant moet je op de stoep springen. De stoep is niet meer dan een smal randje stenen.

We nemen de tijd om de stad te verkennen, maar belanden al snel in de feestelijkheden, er is geen ontkomen aan. De hele week staat in het teken van Inti Raymi.


Morgen, op 24 juni, wordt Inti Raymi gevierd, het Festival of the Sun, een religieus Incafestival ter ere van de god Inti. Tevens markeert het de zonnewende. Vandaag zigzagt er een optocht van ruim 150 dansgroepen door de straten en over de pleinen van Cusco.

Het duurt de hele week , horen we. Morgen is de belangrijkste dag van het jaar, maar vandaag is de feestelijkste. Op het Plaza de Armas zijn tienduizenden mensen samengekomen om de optocht te bekijken. De prijzen zijn wat toeristisch afgerond, merken we.

Het is bij toeval dat we precies deze week in Cusco zijn. We hadden het niet zo uitgerekend maar het bevalt ons uitstekend. Het is heel levendig en bovendien blijft iedereen heel rustig. Niemand doet vervelend, nergens zijn opstootjes. Het is allemaal heel ontspannen. De groepen dansen voorbij in klederdracht. Je ziet op andere dagen overigens genoeg mensen in deze kleding lopen, het is zeker niet uit de tijd.

Kleine opschudding vanwege een zakkenroller. De lokale bevolking wijst hem na en de politie rekent hem in. Er heerst een groot groepsgevoel, en iedereen zou het vervelend vinden als een toerist de dupe zou worden van een diefstal. Dat is een prettig idee.

Wat er precies wordt uitgebeeld door de groepen is ons niet duidelijk. Het is in elk geval een heel spektakel, en gaat tot ver in de avond door. We kijken ook onze ogen uit als we naar het publiek kijken. Er zijn allerhande verkopers die spullen aan de man proberen te brengen: festivalboekjes, hoedjes, ijsjes, zelfgemaakte limonade, en uiteraard tal van souvenirs.

De verkopers slaan deze week hun slag. Ook voor hen is het de belangrijkste tijd van het jaar. Natuurlijk ga je geen zelfgemaakte limonade kopen, maar we nemen wel een hapje en een drankje in een van de restaurantjes. We blijken net in een prentenwijk te zitten, elke 2 minuten komt er een prentenverkoper bij ons tafeltje.


Om de zon en het feestgedruis even te ontvluchten lopen we een overdekte markt in. Behalve souvenirs is er veel te koop voor de lokale bevolking. Veel vlees en fruit. De in stukken gehakte beesten zijn nog herkenbaar, hier is niets netjes voorverpakt. Het fruit ligt hoog opgestapeld, geen idee hoe vers het is.

Je kunt ook eten op de markt, maar dat is zeer zeker niet voor toeristen bedoeld. Het kost zowat niets, maar de hygiëne laat veel te wensen over.



Een paar straten verder raken we weer in een optocht verzeild. Het is dezelfde optocht, er komt geen einde aan.

Gewoonlijk is er al van alles te koop op straat, maar vandaag is het drukker dan ooit.





In de avond is het nog altijd niet gedaan met de optocht, het wordt alleen maar levendiger.

De dansgroepen worden steeds meer muziekgroepen. De meeste spelen hetzelfde deuntje, het gaat maar door en door.

In een klein zaakje, eigenlijk iets voor backpackers, nemen we het avondeten. De pizza komt uit de oven.