Vakantie Nepal 2008

Pokhara - transfer - Chitwan National Park, 9 oktober 2008

De busreis naar Chitwan National Park zal 4 tot 5 uur in beslag nemen. Het is niet onze favoriete bezigheid en zal het ook nooit worden, maar toch, het valt mee. Onze taxichauffeur - dezelfde die we gisteren hoopten nooit meer te zien - dropt ons bij het busstation. Het busstation is een open plek met hier en daar wat rommelig opgestelde bussen, een kraampje met beperkte levensmiddelen, en wat jongens die met schalen verse broodjes rondlopen, allemaal heel georganiseerd. Ongeorganiseerd zijn al die mensen die er doorheen lopen te zoeken naar de juiste bus. (Of misschien is het precies andersom.)
De eerste de beste buschauffeur aan wie we vragen hoe we naar Chitwan Park moeten komen, zegt direct dat we bij hem aan het goede adres zijn. Alarmbellen gaan rinkelen. Dat zegt natuurlijk iedere buschauffeur. Pas op, wie weet waar je uitkomt? Maar tot ieders verbazing blijkt dit precies de bus te zijn die we moeten hebben.
Het is tijd om Lama Tenji Sherpa vaarwel te zeggen. En oh oh oh, dat is niet makkelijk. Je had soms geen idee waar hij over praatte, maar je wist altijd dat hij tegen jou praatte en dat hij er voor je was, en dat gaf je een goed gevoel, en een veilig gevoel. Nog voor we goed en wel in de bus zitten, missen we hem al. We zien hoe hij op zoek gaat naar zijn eigen bus, naar Kathmandu. Hij verdwijnt in de gezichten, dat was het. We zien hem nooit meer terug.
Dank je wel, Lama Tenji. We hebben zo'n geweldige tijd gehad met je, de trek door de bergen is onvergetelijk en jij bent daar onderdeel van. Dat zul je altijd blijven. Bedankt.

Tata Toerist Bus

Eens kijken, we hebben stoel nummer 7 en 8. Oei, op stoelen 7 en 8 staan al 2 tassen. De eigenaren van die tassen zijn zeker buiten nog even een broodje kopen. We nemen geen risico, zetten de tassen een plek verder en nemen plaats. De bus loopt langzaam vol. 2 mensen drentelen in het gangpad en controleren hun voucher. Ehm... is dit misschien stoel 7 en 8? Jazeker, kijk maar, wij zitten op de goede plek. Vanuit de andere kant van het gangpad draait zich een hoofd tussen het gedrentel en deelt mede dat ook hij stoel 7 en 8 heeft, in zijn eentje nog wel. Het blijkt al snel dat iedereen in de bus recht heeft op stoel 7 en 8.
Als iedereen zit vertrekt de bus. We draaien langzaam het hobbelige terrein af, zo langzaam dat we bijna kantelen in de bocht. Dat belooft wat voor de reis. Dit blijkt mee te vallen, het is een zeer ervaren chauffeur, en we rijden over veel betere wegen dan tot nu toe het geval was. De reis verloopt spoedig en voorspoedig.

De kussentjes stellen niet veel voor, na een kwartier heb je al een houten kont. En het is een beetje behelpen met de beenruimte. Zo comfortabel is een 'tourist bus' niet. Denk overigens niet dat een 'tourist bus' alleen toeristen vervoert, dat zou een misvatting zijn. Een bus voor louter toeristen heeft een bord voor het raam met tourists only. Nee, onze bus stopt, net als iedere stad- en regiobus, iedere keer als er iemand langs de kant van de weg staat te zwaaien. Al zijn er geen stoelen meer beschikbaar, er zijn zitplaatsen genoeg in het gangpad, naast de chauffeur, en tussen de bagage op het dak.
De chauffeur stopt niet altijd, bijvoorbeeld als de bus echt vol is, of iemand staat niet duidelijk genoeg te zwaaien, of hij heeft geen zin om te stoppen. De passagiers gaan er meestal na een paar dorpjes weer uit.
Plots staat er een groep van 5 man midden op de weg. Ze zwaaien niet, maar de bus moet wel stoppen. Ik denk weer aan Maoïsten die een vrijwillige collecte voor de partijkas willen houden, maar ze zijn het weer niet. Ze toveren een ernstig zieke man uit de berm van de weg en leggen die in het gangpad. Snel snel naar het volgende dorp. Geen ambulance beschikbaar, je moet wat. 10 minuten later stoppen we in een dorpje, waar de man op de rug van 1 van de 5 bij een vage kliniek naar binnen wordt gedragen. Het lijkt eigenlijk meer een apotheek, maar die combinatie is in Nepal dan ook heel gangbaar.
We vervolgen onze weg.
Om 12 uur zijn we bij een 'Island Jungle Resort, maar niet het I.J.R. wat wij zochten. Dit filiaal is een Resort zonder Jungle en is ook geen Island. We moeten wachten op een transferbus, die over een uurtje hier zal zijn. Eerst even lunchen dan maar.
De tranfer duurt nog eens 2 uur, maar nu zitten we een stuk ruimer. Onderweg zien we veel mensen lopend of op de motor, of in overvolle bussen de andere kant op gaan. Voor het feest heeft iedereen zijn mooiste kleren aangetrokken en een flinke klodder 'derde oog' opgedaan. Alle kinderen en kleinkinderen gaan naar oma toe. En alle oma's van Nepal schijnen altijd 100 kilometer verderop te wonen. Oma gaat een wens voor ze doen, en we hopen dat de wens uit zal komen. Wij zitten tegen die tijd op een eiland in de jungle. Daar zijn geen oma's.
I.J.R. komt in zicht. Nog 10 km, staat er op een bordje. 2 km verder staat 'I.J.R. 8 km'. Weer 2 km verder staat 'I.J.R. 6 km'. Nog eens 2 km verder staat 'I.J.R. 4 km'.
Als je het bordje 'I.J.R. 2 km' passeert, is het ongeveer nog 10 kilometer voor je er bent. Jazeker, zien we in deze korte tijd eindelijk eens wat bewegwijgwijzeringsborden (meer nog dan we in heel Kathmandu zijn tegengekomen), en dan kloppen ze niet.

Chitwan National Park

De laatste kilometer worden we met een bootje overgevaren. Na een bocht in de rivier doemt daar het Island Jungle Resort op. Houten gebouwtjes, ruim opgezet, het ziet er uit zoals je hoopt dat het er uitziet.
We worden hartelijk ontvangen door Jeet. Hij neemt snel het programma met ons door. Het is een druk programma, maar niet zodanig dat het ons zal uitputten. We zullen veel buiten zijn. Hij deelt ons mede in welke huisjes we zitten. De huisjes met vogelnamen, wij zijn gelegerd in dove-2.
Maar waar wachten we nog op, de olifanten staan al klaar, hop hop. Samen met mevrouw bulbul en meneer ibis-1 mogen we in een houten bak op een olifant plaatsnemen. Pas op voor je hoofd en je benen, daar gaan we. De jungle blijkt lang niet zo gevaarlijk als de jungle van de straten van Kathmandu, wel een stuk hobbeliger. Er zijn 3 groepen die nu op een olifant zitten. De meneer die voor ons op de nek van de olifant zit, spreekt een Nepali taal met Jeet, een paar woorden Engels met ons, maar bovenal spreekt hij olifants. En nu niet lachen!
Eerst denk ik nog dat hij in zichzelf spreekt, maar nu valt me op dat de olifant precies reageert op zijn commando's. 'Naar recht, 'naar links', 'ga terug', maar ook veel ingewikkelder commando's als: 'trek die liaan uit de boom want die hangt in de weg'. Mijn mond valt open van verbazing. Dat komt net slecht uit want er zwiept een tak terug. De olifant weet wel hoe hoog en breed hij zelf is, maar niet precies hoeveel ruimte wij innemen.
De 3 bestuurders hebben contact met elkaar en bespreken iets. Soms ook maken ze geluiden, en ik zie dat onze man steeds naar de grond kijkt, op zoek naar sporen. Dan zien we waar ze naar op jacht zijn. De andere 2 olifanten staan links en rechts van ons, en als wij er bij komen, vormen we een halve cirkel. Met ons allen kijken we naar... een neushoorn! Dat is nog eens een ontvangst. Maar de neushoorn heeft al snel genoeg van de aandacht en gaat er vandoor. wij gaan weer terug naar de lodges.

Jeet begroet ons. Hebben we de tijger gezien? Nee, jammer, de groep van vanmorgen had hem gezien. We horen dat maar 3 op de honderd mensen een tijger te zien krijgt. Of dat 3 op de 100 het kan navertellen, dat zou ook kunnen.
Met lark-1 drinken we een biertje. Joe McAllister uit Amerika heeft al veel gedaan, maar wil nog meer doen. Hij beklimt bergen, maakt wereldreizen, en weet er goed over te vertellen. Een Canadees-Australisch koppel reist ook de wereld af dat het een lieve lust is. Onze verhalen steken er schril bij af, alleen maar Costa Rica en Nepal.
Joe vertoond een opvallende gelijkenis met de UFC-vechter Randy Couture, ik besluit hem voortaan Randy te noemen.
We gaan slapen, niet te laat. Het voetpad is mooi verzorgd en aangelegd met tegels op perfecte loopafstand van elkaar. Perfect, voor iemand uit Nepal, maar wij komen steeds verkeerd uit. Ik loop liever naast het pad, tussen de huisjesslakken. Zei ik "huisjes"? Het zijn eerder villa's, en met plaats nog voor een zwembad ook. Ik dacht dat zulke slakkenhuizen alleen voor toeristen werden gemaakt, maar ze bestaan echt.
Ondanks muis of rat op het dak, slapen we als 2 rozen.