Vakantie Nepal 2008

Chhomrong - Ghandruk, 2 oktober 2008

Thuis ben ik niet uit bed te krijgen, maar hier gaat dat vanzelf. In de ochtend heb je het mooiste, helderste en verste uitzicht. Het is niet goed vast te leggen, toch maak ik altijd weer een paar foto's. En dan nog een paar extra. En een filmpje.
's Morgens zorgen we wel altijd eerst dat onze 2 grote rugtassen zo snel mogelijk zijn ingepakt. Lama II komt die vaak al voor het ontbijt (meestal 7 uur) ophalen. Dan kan hij ze op zijn gemak met een touw samenbinden en draagklaar maken. We zien ook hoe de andere porters daarmee bezig zijn. Het was vannacht volle bak in het guesthouse.

Van Kimrong naar Komrong

We bedanken weer iedereen voor de gastvrijheid, ook enkele porters. Je weet soms niet meer wie bij het guesthouse hoort en wie de trek maakt. Vandaag vinden we het niet nodig op de kaart te kijken. Na gisteren moet elke wandeling meevallen. Een misvatting.
Als we 5 minuten onderweg zijn in Zuidelijke richting, buigen we af naar het Westen. Voor het eerst sinds ABC zijn we weer op een nog onbekende route. Eerst lopen we een uurtje over gemakkelijke rulweggetjes. Als een weg goed begaanbaar is, heeft het weinig nut daar een pad aan te leggen. Ik zie wat vogels die ik vergeefs probeer vast te leggen, onder andere een zwartkopparkiet. Ik ben blij dat ik eindelijk een keer met zekerheid kan zeggen dat ik een vogel gespot heb die in het vogelgidsje staat. Meestal 'klopt' een gespotte vogel net niet met de beschrijving. Deze keer wel.
De weg wordt wat draaieriger, ruller, ongelijker, af en toe moet je oppassen dat je goed je evenwicht bewaart. Er lopen ook heel wat koebeesten. Bij gebrek aan weg doen ze het af en toe in de broek. Bij gebrek aan broek doen ze het af en toe op de weg. Het ligt er vol mee, en Hannie heeft moeite de drollen te ontwijken. Flats! We zien een poepmand tegen een hek aan staan. Iemand ruimt het dagelijks op, maar er blijft ook veel liggen.

Met knikkende knieën komen we beneden. Kimrong is niet meer dan enkele huizen groot. We nemen een colaatje gezeten naast de Kimrong Khola. Uit de struiken verschijnen een yak en een nak, die gelukkig geen interesse in ons hebben. Ik vraag me af of we eigenlijk wel verzekerd zijn tegen yak.
Ik schrik me wild als er plots een struikgewas komt langsgelopen. Er blijkt iemand onder te zitten, je kunt net 2 voetjes zien.
Over de rivier en op naar Komrong-Danda. Als er Danda achter een naam staat betekent dat dat het op de top van de berg gelegen is. En jawel hoor, een goeie 450 meter naar boven. Bij de derde van 114 bochten worden we succes gewenst door een vrolijk stel uit Israel. Na de zesde van 114 bochten snappen we al waarom. Na een tijdje voel je je benen niet meer, hooguit als je ze met je handen aanraakt. En dan nog vraag je je af of ze werkelijk bij je horen.
Door het bochtenwerk - ik weet dat nog van de eerst trek-dag - kun je nooit ver vooruit kijken, alleen naar achteren over de vallei, wat we dan ook veelvuldig doen. De Kimrong Khola verdwijnt steeds verder in de diepte.
Je hebt geen idee hoe ver je nog moet. Onderweg is dat zwaar, maar als je opeens boven blijkt te zijn, ervaar je dat als een meevaller.

In guesthouse/restaurant 'Kimrong Hill' worden de ingrediënten bij elkaar gezocht voor de lunch, dat meer op diner lijkt: Potato soup, mixed spaghetti (without cheese) en potato-cheese balls. Er wordt gehalt en gesneden in het keukentje. Het kan nog even duren, maar we zijn blij dat we even kunnen zitten. Anderen zitten er zichtbaar nog meer 'doorheen' dan wij.
Hannie schept er genoegen in mij met baard te fotograferen. Om gewicht te sparen heb ik geen scheerapparaat meegenomen. Het voelt best prettig, maar in Pokhara volgende week zal ik het toch laten scheren.
We wilden eigenlijk buiten eten, maar worden door de gastheer naar binnen geloodsd. Binnen zitten wordt kennelijk als voorrecht gezien. We protesteren daarom niet, al zien we snel dat het geen goed idee is. Hannie stapt 1 meter naar binnen en stoot haar hoofd aan het plafond. Alles is hier op schaal. Plaatsgenomen aan de tafel, zit je met je benen tegen ieder mogelijke tafelpoot aan, of trek je het tafelkleed met je mee. We bewegen zo weinig mogelijk. De gastheer lacht ons vriendelijk toe.
Daar is de gastvrouw met het eten. Hé, het is weer dezelfde dame als in enkele van de andere dorpjes. De gelijkenis is verbluffend.
Een Australiër klaagt met veel accent over het verschil tussen 'coald' en 'kewl'. Want ja, "als je de drankjes de hele dag in lauw water laat staan, daar wordt het natuurlijk niet koud van. Ik wil een kouwe!"
Lama en Lama bestellen voor de verandering weer eens een portie Dal Bhaat. Lama I eet het deze keer met zijn handen, in plaats van met bestek. Bij navraag blijkt dat hij het prefereet om met zijn handen te eten, maar met bestek eet op plaatsen waar je je handen niet goed kunt wassen. Heel praktisch ingesteld. Of we zijn antwoord helemaal goed begrijpen weten we niet, er is ten slotte altijd wel ergens een kraan in de buurt. Voordat Hannie haar vierde aardappel-kaas-bal naar binnen kan proppen, hebben Jansen en Jansen hun tweede portie Dal Bhaat al weer op. Het lijkt wel een act.

Ghandruk Tour

Wie er precies op het idee kwam weet ik niet, maar van Komrong naar Ghandruk lopen we ineens met een flinke groep. Wat meespeelt is dat veel van de guides en porters elkaar kennen en graag wat willen bijpraten. Een langgerekt lint trekt door de vallei. We hoeven ook niet constant bij Lama in de buurt te lopen. En net zo makkelijk is er een ons onbekende gids die ons iets over de omgeving vertelt.
Ghundruk is al een oud dorpje, dat zie je zo aan de huizen. En er wonen wel meer dan 10.000 mensen. We zullen een korte tour krijgen, maar eerst brengen we de bagage naar het hotel. Hotel? Jazeker, Hotel Annapurna, van cement en met drie verdiepingen. Het is groot en leeg en er is meer personeel dan gasten (maar het is nog vroeg). De donkere gangen klinken hol en het tocht er. We krijgen een kamer met electriciteit, een toilet en een spiegel. Dat zijn dus 3 sterren. Het management in ongetwijfeld trots met de geboden facileiten. Het zou althans een reden kunnen zijn waarom de electrische bedrading zo goed te zien is.
Het toilet trekt in ieder geval goed door, en die functie wordt kracht bijgezet door een enorm lawaai. De bedden trillen mee. Hannie houdt het er op dat het ding is voorzien van een vermaler. Ik wil er niet te veel over nadenken.
De spiegel doet het ook: als Hannie er voor staat kan ze net haar eigen navel zien. De ramen, alsmede de deur naar de badkamer, kunnen alle apart worden afgesloten. In heel Nepal is ons niets van diefstal opgevallen. Toch wordt er wel voor gewaarschuwd. Op de wanden en de ramen van de badkamer zitten veel verschillende motvlinders, groot en bont.

Goed dan, 1 Everest bier, maar dan gaan we het dorpje verkennen. We lopen langs de dorpsgek, die ons 100 NPR wil geven. Hij heeft het niet helemaal begrepen. Het had iets te maken met geld, maar hoe zat het nu ook alweer?
The Old Gurung Museum is aan de buitenkant klein, maar binnenin is het nog veel kleiner. Gurung is de naam van een oud Nepali volk en van de taal die ze spreken. De meeste inwoners van het dorp zijn Gurung. En ze hebben Dal Bhaat uitgevonden! Het museum is erg interessant maar niet heel erg verrassend.
Er worden trouwens wel 70 talen in Nepal gesproken, de dialecten niet meegeteld.
Dan bekijken we een Boeddhistische tempel. De 'monastry' is niet open, maar de dame die het beheert woont er naast, ze komt al aangelopen. We moeten schoenen en fototoestel uitdoen. Al is het klein, het is heel indrukwekkend. De Dalai Lama wordt geërd, alsmede vele overledenden. Er staan offers van rijst en fruit. Er zijn schilderingen en wat is dat daar achterin? Die kleine gekleurde doosjes daar. Ik had er geen idee van maar de tempel biedt ook onderdak aan enkele honderden gecremeerden. De taalbarriè speelt ons weer parten maar als ik het goed begrepen heb worden na het verbranden de overgebleven resten vermalen en tot een bal gemaakt, die in zo'n doosje wordt gestopt. We doneren iets en trekken onze schoenen weer aan. Naast de deur is een parabel geschilderd, iets met een olifant, een aap, een muis en een vogel.
Even verder, bij een winkeltje, vraag ik Lama I een cassettebandje voor me te kopen. We horen al dagen her en der dezelfde muziek, een soort popmuziek met volksdansen, en hoewel je het na een tijdje niet meer kunt horen, weet je dat je het nog eens zult gaag missen. Hij kiest een mooie cassette voor me uit.

Als we wachten op het eten, horen we naast ons enkele Nepali de meest gore geluiden maken, luidruchtig gerochel, het gesnot en gesnuif is niet van de lucht. We lachen bescheiden maar niet onbeleefd. Het is heel normaal.
Ik spreek een porter die nog niet zo lang porter is. "Maybe, one day, I will also be a guide, but now I am only a porter."
Ik vraag hem waar hij vandaan komt, want hij is erg donker, en vrij lang. Hij blijkt gewoon uit Nepal te komen. Nepal kent Veel verschillende mensen, verschillende talen, gewoontes, maar ze zijn allemaal Nepali. Net als ik wil vragen wat er behalve ervaring bij komt kijken om een guide te worden, zwelt in de dining hall een gezang aan dat mogelijk aan de andere kant van de vallei nog is te horen. Een schitterend Boeddhistisch gezang. Even is alles en iedereen één. Eén met de drone van de monnikenstemmen. Na anderhalf uur staat het nog steeds op. We besluiten maar te gaan slapen.