Vakantie Nepal 2008

Kathmandu, 22 september 2008

Ojee, ik schrijf nog niet 1 zin en ik schrijf het al verkeerd. We namen niet op 22 maar op 21 september het vliegtuig naar Nepal. Maar graag vergeet ik die dag. Niet dat er die dag iets ergs gebeurde, maar omdat er niets gebeurde. Een reisdag is vervelend. En een rechtstreekse vlucht naar Nepal past niet in ons budget. Dus reizen we via London en Doha naar Kathmandu en doen daar, uit en thuis, zo'n 24 uur over. (Vergeef me als ik de exacte duur niet meer kan uitrekenen.)
Reisdag of niet, wanneer het om vakantie gaat, laten Hannie en ik ons goede humeur niet snel door omstandigheden bederven.

Welkom in Doha

Op Rotterdam CS loopt alles gesmeerd, na 1 minuut wachten verschijnt de trein. We stellen voor om alvast Engels te gaan praten, om te oefenen en te wennen, lekker internationaal. Maar gezien onze in het oog springende rugtassen is het misschien geen goed idee nu al de buitenlandse toerist uit te hangen. We hebben nog 3 weken de tijd om ons te laten beroven; vanwaar de haast dat nu al te doen.
Op Schiphol loopt alles gesmeerd. We zijn te vroeg, en in welke rij we ook gaan staan, juist die rij gaat opeens sneller dan de andere. Er is geen ontkomen aan. Binnen 10 minuten zijn we ingecheckt.
Op Heathrow loopt alles gesmeerd. We controleren aan een balie of onze tassen rechtstreeks de aansluitende vlucht zullen halen, wat zo is. Een BBC-stem meldt dat de transfer van terminal 3 naar terminal 1 ongeveer 7 minuten zal duren, en het duurt precies 7 minuten. Een broodje met fris kost een maandsalaris voor Nepalese begrippen. (Dat is bij nader inzien niet waar, het kost 2 maandsalarissen.)
Op Doha loopt alles gesmeerd... behalve dan dat ik geen idee meer heb hoe laat het is. De bekende restless legs deden van zich spreken zodat ik de hele nacht (of dag?) geen oog dicht kon doen.
In de hal zie je de hele wereld door elkaar lopen. De gebedskamer (alleen voor mannen) wordt gebruikt als slaapzaal. Maar ik ben op zoek naar de rookkamer. Het blijkt een kille, benauwde, troosteloze ruimte zonder ventilatie, je kunt tegen de rook aanleunen. Hannie wacht buiten op me. Het is er een kakafonie van ringtones en tekstberichten: Welkom in Doha.
Ik geef vuurtjes aan mensen van over de hele planeet. Ik had een aansteker in mijn portemonnee verstopt. Die wordt nooit opengemaakt. Heel slim. (Het bleek niet nodig, de douane liet mijn aanstekers in mijn tas ook ongemoeid.)
Het is half 7 in de ochtend, maar ik ben kwijt of dat lokale tijd is, of Nederlandse of Nepali tijd. Tevens is het 32 graden celsius. De hal is ruim opgezet, maar we slagen er toch in om een paar oncomfortabele stoelen te vinden om nog wat slaap in te halen.
We worden precies op inchecktijd wakker voor de vlucht naar Kathmandu. In de rij zien we enkele kenmerkend Nepelase gezichten (al zullen we later ontdekken dat er wel 20 kenmerkend Nepalese gezichten zijn). Een van hen draagt een met zorg gecultiveerde snor en dito handdoek, welke hij als ware het een kledingstuk over zijn schouders heeft gedrapeerd. Vermoedelijk heeft hij The Hitchhikers' Guide to the Galaxy gelezen, wat in dat boek het artikel is waarmee je om een intergalactische lift kunt vragen. Hij wordt niet opgepikt, maar het scheelt niet veel of hij wordt opgepakt. Bij de incheckbalie/douane wordt hij staande gehouden. Bij de transferbus wordt hij staande gehouden. Bij het vliegtuig wordt hij staande gehouden. Misschien mis ik iets, wellicht lijkt hij op een beruchte misdadiger van wie bekend is dat hij zich in een handdoek hult.

Het laatste stukje vliegtuig is - op een heenreis althans - nooit zo erg. De spanning stijgt. Het doel nadert.
Captain Carlos and his Crew. Het klinkt als een latijns-amerikaanse rapband, maar ze kunnen gelukkig een behoorlijk stukje vliegen en we maken de beste landing tot nu toe.
In het toestel zitten wel 20 verschillende nationaliteiten. Spraakverwarring alom. Stewardessen onderling. Nepelesen met ieder ander. Ik geloof dat ik iemand over een handdoek hoor praten maar dat weet ik niet zeker.
Een meneer uit Milaan maakt amok. Voor de 3e keer vandaag is zijn voorkeursmaaltijd reeds vergeven. Er zit echt niet veel verschil tussen de kipmaaltijd en de vismaaltijd, maar hij is furieus.
Een stewardess uit de voormalige Sovjet-Unie vertelt haar Arabische collega's op luide toon hoe de regering haar familie 15 jaar geleden heeft uitgemoord. De purser staat erbij en lacht als een boer met kiespijn naar de mensen in de rij voor het toilet, en wil haar sussen met een ietwat pathetisch 'We make small thing big thing', wat niets uithaalt. Noodgedwongen commandeert hij haar ten slotte haar mond te houden.
Ondertussen zit ik me te vergapen aan een stevig portie Bollywood, het beste van het beste nog wel: Timeless Treasures. Alle grote namen komen langs. Zo groot dat het me duizelt en ik zoek verkoeling op de radio. Dat blijkt een stuk rustgevender, althans tot het moment dat The Norwegian Widow Orchestra ontegenzeggelijk wordt aangekondigd als The Norwegian Weirdo Orchestra. Ik ben weer helemaal wakker als we landen. 'Captain Carlos and his Crew wishing you a happy stay in Nepal.'

Welkom in Kathmandu

Er landt gemiddeld 1 toestel in anderhalf uur in Kathmandu, en daar is de terminal precies op ingesteld. Iedereen heeft net tijd genoeg om uit een onbegrijpelijke stapel papieren precies de juiste combinatie te zoeken, deze in te vullen en met enkele dollarbiljetten bij een meneer in een pak (maar dan zonder pak) af te geven. Er zijn 2 rijen, meer dan genoeg kans dus om de verkeerde te kiezen, zoals dat gaat wanneer het er wel toe doet.
Als allerlaatsten worden we toegelaten in Nepal, net voor mensen uit het volgende toestel. Een taxichauffeur klaagt dat hij anderhalf uur op ons heeft moeten wachten. Welkom in Nepal. Mensen bemoeien zich met ons zonder dat we daar om vragen. Ongemakkelijk bekijk ik enkele gewisselde biljetten - hoeveel zijn ze nu precies waard? Ik geloof dat ik te weinig fooi geef, wat volgens latere berekening helemaal niet zo is.
De spits in Nepal is schrikbarend, maar - naar later blijkt - lang niet zo gevaarlijk als wanneer het verkeer zichzelf niet iedere 3 meter, maar iedere 30 meter klemrijdt. Goed, straatverlichting ontbreekt, maar zolang je je op de ringweg bevindt, rijden de meeste mensen ongeveer aan de juiste kant van de weg, als dat zo uitkomt.

In het hotel worden we hartelijk verwelkomd door een meneer die op zijn horloge kijkt. Hij had eigenlijk al 2 hotels verder moeten zijn. Maar hij is heel aardig en neemt de tijd voor ons. Zijn aanwezigheid maakt onze aanwezigheid hier legitiem: men heeft ons verwacht, er is een kamer geboekt en de transfer over 2 dagen is ook bevestigd. We slaken een zucht van verlichting. De eerste spanning valt van ons af. Het is al avond en doen weinig. We eten in het hotel, waar de hygiene erg hoog is naar Nepalese maatstaven. Toch nemen we liever geen vlees, goed dan, we gokken dat de kip wel veilig zal zijn. De komede dagen moeten uitwijzen of we goed kunnen gokken.
We slaan wat water en fris in bij de supermarkt. In honderd meter wordt ons 6 keer marihuana aangeboden. En opnieuw op de terugweg. Een klein kereltje vraagt onafgebroken om money money money en kijkt al mijn broekzakken na. Nu mag je hier eigenlijk niemand zomaar op het hoofd aanraken, en zeker niet met je linkerhand, toch scheelt het weinig of ik geef hem een optater. Gelukkig zie ik tijdig, bij het licht van de paar winkels die nog open zijn, dat hij te smerig is om met een paar atoomhandschoenen beet te pakken, en zie van mijn actie af. Hannie wringt zich tussen ons in. Dat werkt. Hij durft niet met zijn tengels aan een vrouw te zitten.
Om ongeveer 10 uur liggen we op bed. We zullen de komende 3 weken nauwelijks vaker zo laat gaan slapen.