Het Weer



We wisten van te voren dat het geen strandweer zou zijn. Er is geen strand op La Gomera, dus kan het ook geen strandweer zijn. En wat denk je... het is Januari.
Toegegeven, een eilandje verder - Tenerife - zitten veel mensen te overwinteren, het zou in theorie dus wel aangenaam kunnen zijn. Maar in de praktijk is het dat niet. De bergen zorgen ervoor dat het (althans in deze tijd van het jaar) altijd wat mistig is, niet echt helder. Er breekt af en toe een zonnetje door, maar warm wordt het eigenlijk nooit.
Dat vonden wij niet erg, het ontbreken van zomerse uitschieters, zo waren het betere omstandigheden om te lopen. Maar wat ons bijna de das omdeed waren de winterse uitschieters. Die ontbraken helaas niet.
De eerste loopdag (San Sebastian - Hermigua, 9 km) begon aangenaam. We moesten nog wennen, dus kregen we het al snel warm door de inspanning, niet zo zeer door de zon. Halverwege passeerden we een bergpas. We zijn er nog altijd niet uit... is een bergpas een pas tussen twee bergen, of een pas over een bergkam? In dit geval was het een beetje half-half, zodat geen van ons de ander volledig kon overtuigen.
Zo liepen we nog aan de ene kant door het dorre droge landschap, tussen enorme cactussen en vetplanten, en zo liepen we door een bos waar alles nat was, bomen half in de mist. Een totaal ander landschap, in een paar meter verschil.




De volgende dag begon met een lichte miezerregen. Daar schrokken we niet van. We waren voorbereid, deden onze poncho's aan, de rugtassen pasten daar ook nog onder. Hopla, of weg. Behalve dat de schoenen wat nat werden - je loopt ten slotte voornamelijk over bergpaadjes, in alle soorten en maten; over asfalt loop je alleen bij begin en eindpunt - was er niets aan de hand.
We liepen deze dag echter naar het hoogste punt van het eiland, en het blijkt dat de weersomstandigheden in een paar kilometer toch behoorlijk kunnen verschillen. De tocht naar de top ging nog. We hadden een schitterend uitzicht over alle wolken die boven het eiland hingen. We aten een snack en rustten even uit. Snel merkten we dat we onze jassen dicht moesten doen, het was behoorlijk fris. We zagen een regenboog, en verderop de berg Teide op Tenerife.
We gingen verder, de weg liep van hier alleen maar naar beneden tot aan het hotel, wat kon er misgaan? Het was in elk geval droog nu.
Tien meter van de top verwijderd stond een boom, waar het onder regende. Ik bleef even stilstaan. Dit zag ik waarschijnlijk verkeerd. Het begon natuurlijk net te regenen. Je hebt dat wel eens, dat je precies de grens ziet tussen waar het al regent en waar het nog niet regent. Voordat je dat doorhebt, is die grens al vervaagd, en loop je zelf in de regen.
Maar nee, ik keek nog eens en nog eens. Onder (en denkelijk ook boven) de boom regende het, niet ervoor, niet erachter, en niet aan de linker-of rechterkant. Alleen maar onder de boom. En goed ook, we moesten er doorheen en werden behoorlijk nat.




De omstandigheden werden gestaag slechter in de laatste 2 kilometer, naar het hotel in Chipude. Hannie had in de gids al gelezen dat het hier altijd wat waait en regent. Dat was conservatief uitgedrukt. Maar het is goed te begrijpen, zo op ruim een kilometer hoogte. We hadden geen fantastisch vergezicht, maar de omgeving was mooi, en wijds, en vol tropische bomen en planten die ook even niet leken te weten wat ze daar stonden te doen.
We waren behoorlijk koud en nat bij aankomst en Hannie dook meteen een uurtje onder de wol. Het was al bijna avond. Voor Hannie was het eten een korte onderbreking, ze ging daarna al snel weer slapen. Ik ging wat aan de bar hangen, maar moest helaas buiten roken. Ik opende met moeite de deur. Aan de andere kant trok de wind de deur bijna even hard weer dicht. Zonder veel plezier stond ik een paar minuten buiten. Ik trok aan een sigaret, maar ook hier trok de wind aan de andere kant bijna net zo hard mee. Het werd een gelijkspel, misschien dat ik straks in de verlenging nog zou kunnen scoren.




De volgende ochtend keken we - vanuit bed, want de kamer was ijskoud - uit het raam (de schuifdeur) en zagen het niet regenen. Mooi zo!
Of wacht even, het is wel erg nat. Door de ietwat beslagen ruit zagen we geen druppels op de vloer van het balkon vallen, toch vertrouwden we het niet helemaal. Het was wel heel erg nat overal. De omgeving was doorweekt en bij nader inzien stond er op het balkon een laag water van wel 4 cm.
Wacht eens, misschien heeft het de hele nacht geregend en is het nu net vijf minuten droog? Joh, als we nu gewoon de schuifdeur opendoen, dan weten we het zeker. Wel zo simpel.
Het regende wel degelijk. Maar het waaide daarbij zo hard dat de regen horizontaal voorbij kwam in plaats van gewoon naar beneden te vallen. We keken elkaar aan. We zouden onszelf stevig in moeten pakken vandaag.




Dikke sokken, extra shirt, de dikste van de meegenomen truien, regenpak, poncho. Alles werd zo warm en stevig mogelijk aangetrokken. Op weg!
We waren het plein voor het hotel nog niet af of we waren nat. Kleddernat. Doorweekt. Geen droge draad meer aan je lijf. We stonden te soppen in onze schoenen.
Gelukkig hoefden we vandaag maar een stuk van 14 km te lopen, naar Valle Hermoso.
Ik vervloekte SNP dat ze Chipude in de rondreis hadden opgenomen, en dan was ook nog eens de routebeschrijving niet helemaal duidelijk. We waren nat, maar we werden ook steeds kouder. Reden om in ieder geval wel door te blijven lopen. Nog voordat we halverwege de route waren wisten we dat we morgen een rustdag zouden inlassen.
Valle Hermoso ligt 1000 meter lager dan Chipude. Natuurlijk werden de omstandigheden met elk half uur een stuk beter, na een paar uur waren we zelfs helemaal opgedroogd. Nee, niet helemaal: de schoenen, sokken en dus ook de voeten bleven nat.
Later bleek dat het weer op meerdere plekken nogal uitzonderlijk slecht was geweest, wij liepen dan juist op een plek waar het normaal al niet best is.
We glibberden soms weg op de steile modderige bospaadjes, mogelijk had hier vanmorgen niet eens gelopen kunnen worden.
Dus er was regen, er was wind, er was kou... fijne vakantie, zeg.
Jawel, maar er was ook genoeg zon, en het hoeft niet onbewolkt te zijn om een kleurtje te krijgen. Als je 8 uur per dag buiten loopt, door berg en dal, dan vang je genoeg op.


De vierde dag was een rustdag, dus liepen we alleen maar een kilometer of vijf naar de kust en weer terug. Zonder bepakking. (We verbleven twee achtereenvolgende nachten in hetzelfde hotel.) Bij de kust genoten we van flinke golven, ze sloegen tegen de rotsen. Geen zee om in te zwemmen.

Hij beukt en barst en botst
Hij briest en bruist en breekt
Hij brult en bralt

Hij gromt en groeit en graait
Hij galmt en gonst en hij gromt nog een keer
Hij wordt niet moe

Hij zwelgt verzwelgt verandert
Hij is constant in verandering

De eerste dag en de laatste twee dagen genoten we redelijk wat zon. De laatste dag maakte het ons niet meer uit wat de weersomstandigheden waren, we waren te uitgeput. Net voor donker liepen we het hotel binnen. Over onze schouder zagen we hoe de wolken de bergen insloten, alsof er een deken overheen werd gelegd.


wolkendeken