De Rustdag





In de wandelreis zijn 6 routes opgenomen. Van A naar B, B naar C, enzovoort. Maar nacht 4 en 5 verblijf je in hetzelfde hotel, de wandeling van die dag is dan ook een rondwandeling. Omdat we de vorige dag flink hadden afgezien wisten we nog voordat we hier in Valle Hermosa aankwamen al dat we deze dag tot rustdag zouden maken. En gerust hebben we, dat kun je gerust zeggen. In plaats van de 14 km door berg en dal, hebben we slechts een kilometer of 10 gelopen met een hoogteverschil van net 100 meter, naar zee en terug. We namen een toeristische route. Je kunt ook weinig anders hier. We liepen zo licht als een veertje. O ja, we hadden geen rugtassen mee te torsen, dat scheelt.
Het Castillo del Mar ligt er fraai bij, hoewel het een verfje zou kunnen gebruiken. De zee is woest en doet aan landverovertje. Tenerife is goed te zien en de Teide torent er mooi boven uit. We poseren voor een foto, we pauzeren voor een cola, we passeren voor een zwembad. Een zwembad? Het is te fris om een duik te nemen. Het zal vast heerlijk zijn, en met een schitterend uitzicht, maar we lopen de vallei weer in richting "dorpje met stadse allure".








We maakten een kleine omweg langs de supermarkt om eens goed in te slaan. Inslaan deden we de andere dagen slechts met mate, omdat je alles ten slotte zelf mee moet dragen. Vandaag was er geen argument om niet in te slaan, en inslaan deden we. Bier, wijn, rollen koekjes, cakejes, chocolaatjes, broodjes, smeerseltjes, vruchtensappen, dadels, yoghurt-toetjes. We hadden van alles minstens twee verschillende, soms ook drie, omdat we niet konden en niet wilden kiezen. Vandaag zouden we ons volproppen.
We genoten van een half-bewolkte en geheel-onthaaste middag voor de deur van ons verblijf. Hannie deed nog een middagdutje, ik nam nog een middag-shower. Maar waar we ons ook precies bevonden, in of uit het zicht, de hele middag voelden we de aanwezigheid van een rotsblok van enorme afmetingen. Het leek ons in de gaten te houden. Het leek ons uit te lachen. Ja, we zouden er niet aan kunnen ontkomen, morgen moesten we daar overheen. Het rotsblok lachte schamper, met enorme afmetingen.
Ik nam maar een extra yoghurt-toetje bij het bier met chocoladecakeje.






Opnieuw in Hermigua hielden we geen rustdag. Toch voelde het zo een beetje. Een heel klein beetje. Ik had energie over (of ik had een zonnesteek opgelopen) en ik besloot om een uur of vijf, toen Hannie nog even tijd vond voor een middag/avonddutje, naar de kust te lopen. En terug uiteraard. Het was maar een paar kilometer, zonder noemenswaardig hoogteverschil. Je kunt de conclusie trekken dat mijn conditie in een paar dagen met sprongen vooruit was gegaan.
Ik passeerde La Casa Creativa waar we de tweede dag hadden gegeten. Nu pas zag ik dat er, zij aan zij, niet alleen een bar was maar ook een restaurant. We vonden het al zo karig. Hier zouden we vanavond eten. Ik liep verder.
Een valkje vloog voorbij en nam plaats op een kabel midden in de vallei. Zo had hij een mooi overzicht. Ik had zelf ook een mooi overzicht en ik zat niet eens op een kabel. De zee werd breder naar gelang ik dichterbij kwam. De laatste paar honderd meter van de vallei was gevuld met duizenden bananenbomen. De laatste stonden bijna met hun voeten in het water. Een fraai gezicht. De zee was wild, zelfs op dit uur van de dag. Ik heb zelden zo het gevoel gehad dat ik op een eiland was. Iedere dag hebben we de zee kunnen zien, soms van dichtbij, soms van iets verder weg. Maar je ontkomt niet aan het idee dat je door water omringt bent. Een vreemd idee.