Het Eiland



La Gomera.
Een degelijk vliegveld is er niet. Een behoorlijk strand is ver te zoeken. Uitgaansleven, ho maar.
We hielden al van wandelen in de bergen, en na het relatieve gemak waarmee we die hobby uitvoerden in Nepal, wilden we de benen nog iets beter testen, maar dan dichterbij en een stuk goedkoper. De site van SNP geeft de zwaarte van een wandelreis aan in schoentjes. Nepal was 2 schoentjes, La Gomera 3. Meer dan 3 schoentjes betekent dat je een klimuitrusting nodig hebt, wat ons te ver ging.
La Gomera... we kenden niemand die daar ooit geweest was. Het sprak tot de verbeelding. Het ligt vlak naast het overbekende en overvolle Tenerife, maar slechts weinig toeristen maken de oversteek. In de nachttaxi naar Schiphol vroeg de chauffeur waar de reis heenging. Naar Schiphol. Ja, dat begreep hij, maar daarna? La Gomera? Wat leuk, daar was hij ook geweest.


Het eiland is klein, en ware het niet dat het zo bergachtig is zou je er in een dag omheen kunnen lopen, als je vroeg genoeg opstaat.
Overal op het eiland zien we stuwmeertjes, wat ideaal zou zijn voor de stroomvoorziening, ware het niet dat het daarvoor niet wordt gebruikt. In Nepal zou je elke 100 meter wel een stuwmeer aan willen leggen, maar daar werd het niet gedaan. Hier liggen ze, maar worden ze niet gebruikt. De watervoorziening is in sommige maanden van het jaar kennelijk wat problematisch. We nemen aan dat het water bewaard wordt voor irrigatie in de zomer.

Zo loop je door een nevelwoud, zo loop je door de dorre droge cactusvelden. Een enorm contrast in korte tijd. Maar heel gevarieerd is de flora en fauna toch ook weer niet. Dat is een beetje jammer.







Er is 1 stadje op het eiland, San Sebastian, verder zijn er een handvol dorpjes. Onderweg kom je niet alleen weinig mensen tegen, maar er zijn ook weinig mogelijkheden om ergens te zitten. Ja, langs de kant van de weg, uitzicht genoeg, je kijkt je ogen uit. Maar een terrasbezoek zit er meestal niet in. Dergelijke rustpunten zijn zo zeldzaam dat ze zelfs in de routebeschrijving zijn opgenomen. Daar kun je dan 's morgens rekening mee houden wanneer je de proviand voor de dag inpakt.
Direct de eerste dag al hadden we een rustpunt te pakken waar men totaal geen Engels sprak. Handen en voeten moesten er aan te pas komen om twee blikjes fris en een paar repen chocola te bemachtigen. De gekooide grijze roodstaart die voor de deur hing sprak beter Engels, maar dat is hier niet voor herhaling vatbaar.

Natuurlijk mocht ik van Hannie weer niet te veel foto's maken onderweg. Ik deed mijn best en maakte er maar een stuk of 1000.