De Boot



Na een trein, een vliegtuig, nog een vliegtuig en een bus, konden we onze bestemming zien liggen, mooi in het zonnetje. We waren er bijna. We moesten alleen nog even een stukje met de boot. Helaas duurde het nog tot genoemde zon zou ondergaan voordat die boot ten tonele verscheen.
Voordat we ons nestelden op een der vele terrasjes die Los Cristianos (Playa de las Americas) rijk is, inspecteerden we de vertrekhal, op de pier, vlak naast de meerplaats van de enorme veerboten. De reisgids leerde ons dat er behalve Fred Olsen nog een of twee andere diensten varen tussen Tenerife en La Gomera, maar de concurrentie schakelde zichzelf uit door publicatie van volstrekt onbegrijpelijke tijdsschema's. Er was geen touw aan vast te knopen. Fred Olsen dan maar. Jammer dan weer dat je pas een kaartje kunt kopen als de veerboot al tegen de kant ligt. En ook jammer dat je uiterlijk een kaartje kunt kopen tot een half uur voor vertrek. Met dergelijk geneuzel ben je een halve dag kwijt, om slechts de laatste 40 kilometer te kunnen overbruggen. Afijn, je zit op een veerboot, dat overkomt je ook niet iedere week. Hoewel... ons dan wel weer over zeven dagen.




De avond was gevallen, veel zie je niet. De lichtjes van Tenerife worden kleiner, die van La Gomera groter. We hadden eerst nog even binnen gezeten - snel snel, er is nog plek op de voorste rij stoelen, dan zitten we lekker vooraan - maar het bleek al gauw dat je daar helemaal niets kon zien. Achterop de boot was gelegenheid om buiten te staan, haren wapperend in de wind. Je raast met een vaartje van 60 in het uur door het water, de meeste passagiers (maximum 1200, ik schat half bezet) waren dan ook te vinden achter op de boot, die daardoor steeds meer op een speedboot begon te lijken.
Om achter op de boot te geraken, moest je alleen even ... naar achteren lopen. Dat bleek nog helemaal niet mee te vallen. Je moet behoorlijk elastieke zeebenen hebben en niet dronken zijn. Zo'n boot neemt de vorm en de beweging van het water aan.

Op de terugweg, zeven dagen later, konden we van het zonnetje genieten. We hadden niet de avond- maar de ochtendboot. We zagen nu dus ook echt iets. Het eiland werd kleiner. En nog kleiner. En toen was het weg.