HOME dag 3 Dag 4 - Reisdag, Le Sainte Marie, 10 juni 2013 dag 5
Ik raadpleeg de weersverwachting en besluit dat Puy-de-Dôme mooi is maar niet droog genoeg om een langer verblijf te rechtvaardigen. We trekken naar het Zuiden. Waar het Zuiden zich precies bevindt, is op het moment dat we in de auto stappen nog onbekend, behalve dan dat het een stuk onder het Noorden ligt. Het is in eerste instantie een lange zit omdat mijn chauffeur het in zijn bol haalt om in één keer door te rijden de patser. Uiteindelijk is er tegen de middag een tussenstopje langs de weg. Hier werk ik uitgebreid aan mijn hobby's trappenloop en drempelvrees. Meteen ook merken wij dat de zuidelijke weersverwachting één aspect onvermeld heeft gelaten: de wind. Een beschutte plek zoeken is straks een vereiste.

Die plek vinden wij in Le Sainte Marie op de gelijknamige camping, gelegen nabij Perpignan maar dan vlak aan de Middellandsezeese kust, kavel 401. De receptiedame kijkt in de computer of die wel vrij is. Ken je die mop van André van Duin over de ijsverkoper en de verschillende smaken ijs? De klant vraagt naar dertig smaken die hij geen van alle heeft. De klant geeft het op en wil weten welke hij dan eigenlijk nog wl heeft, waarop hij zegt dat hij helemaal is uitverkocht. Nou, het contoleren naar een vrije plek op deze camping is het tegenovergestelde van die mop want er is geen plek die niet vrij is. De receptiedame begint tot ieders verbazing opeens in het Nederlands te praten. Je verwacht het niet. Gelukkig hebben mijn bediendes geen domme dingen gezegd.
Tijdens het opzetten van de tent Mama neemt het voortouw, Ome Lutek het achtertouw, en tot ieders verbazing staat plotseling de tent rechtop word ik in het gras gezet met een opblaasbaar privézwembad. Alles leuk en aardig maar het droge harde gras schuurt allerakeligst en opeens loopt er een megaspin van wel vier meter over mijn been zodat ik met enige nadruk laat weten dat ik er ook nog ben.
Wij gaan zwemmen in het grote niet-opblaasbare privézwembad waar ik verder werk aan mijn evenwichtsnummer door een stuk of 800 keer een trapje op en af te lopen. Ome Lutek blijft het prachtig vinden, ook na 800 keer. Een verandering van aanpak lijkt noodzakelijk. Het water is hier veel te nat, daar waag ik mij niet in.

We eten in het dorpje dat nog niet echt voor de zomer open is. Onderweg zingen we uit volle borst: Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen... Op weg passeren wij een jachthaven die onze volledige meewarigheid verdient. Boten dobberen in de wind of staan op het droge, alle even doelloos. 55-plussers zien hier hun levenslang gekoesterde St.Tropezdromen langzaam verroesten tot een logge werkelijkheid. Het is een beetje zielig. Niettemin: Ogen, oren, puntje van je neus...

Back To Top