HOME deel 4 Canada, deel 5 - Jasper deel 6
=Berenboot=

Omdat de walvistocht een week eerder is afgelast, stelt Tessa in plaats daarvan vandaag een berentocht voor. Het is een reisdag, we komen er toch langs, en we willen best een paar beren van dichtbij zien. Kortom een goed idee. Aan de Blue River ligt het Mud Lake en de Mud Lake Delta, wat volgens de lokale gids een microklimaat heeft dat nogal is te vergelijken met dat van een regenwoud, met als gevolg dat er in dit gebied ongeveer 40 verschillende soorten bessen groeien, een paradijs voor beren.
De River Safari maak je met een bootje dat indien gewenst geluidloos en dicht langs de waterkant kan varen. We zien in een uur tijd 2 mooie zwarte beren van dichtbij. De beertelling staat na vandaag geloof ik op 4, een mooi aantal.
=Jasper=

Voordat we de van British Columbia in Alberta terecht komen, maken we nog een tussenstop bij Mount Robson, die prachtig uitkomt zo onder de strakblauwe hemel.
We passeren een trein van ongekende lengte, zeker 2 kilometer lang, met honderden containers, twee hoog. Aan één locomotief heeft hij niet genoeg. Nog meer treinen zien we in Jasper staan, waar een dubbel spoor is aangelegd. In de meeste gevallen is er enkel spoor zodat de treinen op elkaar moeten wachten. Pas in de avond komen ze weer op gang, de een na de ander. En de volgende. En de volgende.
In Jasper staan we opnieuw op een camping, 3 dagen. Denk bij camping niet aan Nederlandse afmetingen. De plekken zijn enorm, en omdat we met de hele groep 3 plekken hebben, zitten we in totaal op een half voetbalveld.
Tessa waarschuwt ons opnieuw: laat niets eetbaars in je tent achter, 's nachts noch overdag, en ook geen shampoo of andere luchtjes. De beren komen je halen! Ik vergeet mijn deodorant in de auto te leggen maar gelukkig is het kennelijk niet hun merk want 's morgens leef ik nog.
Ook lopen hier, volgens de campinggids, de herten zo langs je tent. Als ik zeg herten dan bedoel ik eigenlijk alles wat op een hert lijkt en eventueel een gewij kan dragen omdat ik werkelijk geen idee heb van de tientallen verschillende soorten. Het kan net zo goed een Cariboe zijn of een Elk of een Wapiti. Alleen de Mule Deer herken ik, omdat ik daar nog nooit van heb gehoord en omdat hij van die grote oren heeft. Terwijl we gezellig zitten te keuvelen over herten tijdens het schrappen van de wortelen en het wegwerken van de biervoorraad, loopt er opeens een hert voorbij op 2 meter afstand. Probeer dan maar eens geen grote ogen op te zetten. Ze zijn zo tam dat ze bijna meehelpen met de afwas.
=Rocky Mountains=

Vandaag zie ik meer en meer vogels die ik niet kan determineren. Leuk en niet leuk tegelijk.
K en W en M en An wisselen veel wetenswaardigheden over bloemen uit. Ik weet niks van bloemen en vergeet helaas ook snel wat ik hoor. Tessa is heel geïnteresseerd, wat mooi is om te zien. Ze weet niet alles, als gids, maar ze weet dat ze niet alles weet en ze is zeer leergierig. Alles zal weer van pas komen bij haar volgende rondreis.
Voor we het doorhebben staan we opeens boven op een berg. We zitten in de Rockies en vanaf nu is er geen dag rust meer. (Rust, hebben we dat dan gehad?)
De reden dat we 'opeens' bovenop een berg staan, is dat de helling nogal stijl is. Dat loopt niet makkelijker maar wel snel. Ik ben in mijn element, hoe stijler hoe beter, en ik steek nog een extra sigaret op. Vanaf hier, op de Sulphur Ridge, hebben wij een panoramiek uitzicht over de Front Ranges en Continental Divide. Die eerste naam schrijf ik over uit de reisbeschrijving, maar die tweede onthou ik wel, omdat het hier het middelpunt betreft vanwaar 3 grote rivieren zich een weg banen naar 3 verschillende oceanen. Iets om bij stil te staan, wat wij dan ook doen. Terug beneden is er eigenlijk niets wat je liever wilt dan in een zwembad springen. Laat dat nu net aanwezig zijn. Een hot springs. Dat betekent dat er 2 baden ijskoud zijn en 2 baden loeiheet. Pick your poison.
Op de parkeerplaats zien wij ons busje belaagd door geiten die zich koelen in de schaduw. De enige schaduw die er is, is onder de auto, en dat is dan ook de plek waar zij zitten, met 10 tegelijk.
M ontpopt zich tot nog groter spelletjesmens dan wij al dachten en maakt ons in met boter en suiker. Het doet er niet eens meer toe met welk spelletje.
Gesprekken in het busje, deel 3

-Vannacht weer geen oog dicht gedaan.
-Ik ben ook helemaal lek gestoken.
-Oh, ik zorg dat ik altijd pas ga slapen als ik zeker weet dat ik ze allemaal te pakken heb.
-Het lijkt wel of ze met steeds meer zijn. Kijk er zit er ook eentje... - pats! - ja, nu niet meer dan.
-Maar echt, het maakt ook niet uit wat je aandoet, ze prikken er dwars doorheen. Hier, mijn benen zitten helemaal onder, en mijn nek.
-Kijk, ik heb ze op mijn armen - krab krab krab krab - en die bulten worden ook steeds groter - krab krab krab krab...
-Smeer je je wel helemaal in?
-Joh, ik ben al aan mijn tweede flesje bezig. Niet normaal meer.
-....
Nu wordt het serieus. Serieus mooi, bedoel ik. Dat is gek, want tot nu toe heb ik, hebben wij (ik ga me steeds meer als onderdeel van de groep zien, je ontkomt er niet aan), niet anders dan mooie dingen gezien. Maar de Rockies... zucht... hier gaat alles nog een stap verder. De Angel-glacier bij Mt. Edith Cavell is de laatste jaren versneld afgebrokkeld door opwarming van de aarde. De 'angel' ziet er niet engelachtig meer uit. Wat er nog ligt is natuurlijk nog altijd van gigantische afmetingen. Onmogelijk om dit doort dingen op de foto te krijgen, hoeveel ik er ook maak (en ik maak er veel).
We bezoeken Maligne Lake, we bezoeken een waterval en zien prachtige, over miljoenen jaren uitgesleten rotsen, maar eigenlijk is wat we tussen de bedrijven door onderweg zien nog mooier: een moederbeer met 2 kleintjes. Ik ben de beertelling kwijt. Zitten we op 8 nu? Het gaat hard. Tessa heeft er nooit zo veel gezien.
Als er iets te zien is onderweg wordt dat ook telkens al van te voren duidelijk. Automobilisten stoppen, stappen uit, fotograferen, je weet meteen dat er iets te zien is, een elk of een caribou of een beer. Het schaarse verkeer in Canada laat toe dat je op de highway zomaar kunt stoppen.
Wij besluiten de dag met een maaltijd rond een kampvuurtje aan Lake Jasper. Het meer is voor de verandering nu eens geen gletsjermeer zodat je erin kan zwemmen zonder te bevriezen. Tessa's ouders zijn op doorreis en in de buurt en we maken kennis met hen. Een niet onwelkome regenbui stuurt ons rap terug naar de camping.
Van Jasper rijden we naar de camping bij Lake Louise, over de Icefields Parkway. Al is het een reisdag, we stoppen veelvuldig. We rijden volgens de folders over de 'most beautiful highway in the world' en voor eens in hun leven hebben de folders gelijk.
De zwarte beren kunnen ons inmiddels al bijna gestolen worden. Pleur op, ga ergens anders zitten. Maar nu zien we opeens een grizzly langs de weg. Dat is andere koek.
We bezoeken Athabasca Glacier, adembenemend mooi. En groot, zo groot. Jammer dat we er niet op mogen lopen. In de verte zien we groepjes Japanners en andere toeristen, busladingen vol, zich over het ijs begeven. Zonder verrekijker of telelens zijn ze nauwelijks zichtbaar. Schrikbarend zijn de bordjes naar de gletsjer toe. 'Tot hier kwam de gletsjer in 1992', 'tot hier in 1982'. De afstanden tussen de bordjes is groot, veel te groot.
We houden geen ogen meer over als we ook nog de Athabasca Falls zien en het turquoise Peyto Lake, dat een vorm heeft zo gelijkend aan die van een beer dat deze slechts onder het grootste protest niet wordt meegerekend met de beertelling.
Er is sprake van een bosbrand. Geen kleine. Maar zelfs een grote bosbrand lijkt hier geen groot probleem te zijn. Het gebeurt nu eenmaal. De bosbrand bevindt zich echter wel op de route naar Lake Louise maar gelukkig mogen we doorrijden. We moeten zelfs doorrijden.

Back To Top