HOME deel 1 Canada, deel 2 - Vancouver Island deel 3
=Vancouver Van=

Om van Vancouver naar Vancouver Island te komen maak je gebruik van de veerboot. Zo'n heel grote met heel veel auto's en heel veel passagiers aan boord. Om van de ene naar de andere kant van Vancouver Island te komen maak je gebruik van de auto. Tessa heeft een busje ter beschikking met aanhangwagentje, niet alleen voor hier maar voor de hele reis. Er passen 14 mensen in de bus maar er hoeven er gelukkig maar 8 in. We zitten comfortabel.
Ik zie tot mijn verbazing dat ik de kleinste tas heb van allemaal. Ik heb minder spullen bij me maar - hoewel ik misschien 1 of 2 dingen vergeten heb - ervaar ik het verschil in uitrusting vooral als een verschil in voorbereiding. Ik zie dat mijn medereizigers zich werkelijk ongelofelijk hebben voorbereid op alles. Ik meen dat enige improvisatie en het toelaten van toeval wezenlijk onderdeel uitmaken van een spannende vakantie. Alles afdekken en tot in de puntjes regelen lijkt me minder spannend. Anderzijds sluit ik niet uit dat ik te lui ben geweest me van te voren goed te verdiepen in de materie.
Gesprekken in het busje, deel 1

-Kan de airco een beetje aan?
-Die staat al aan.
-Zal ik een raampje open zetten?
-Staat die al aan?
-Wat zeggen jullie, moet de airco aan?
-Nee, hij staat al... Oh nee, hij stond nog niet aan.
-Kan die op half?
-Ik vind het wel lekker zo.
-Zet hem anders bij je zelf uit. Dan staat die wel voor de anderen aan.
-Kan iemand mijn vest aangeven, dat ligt op de achterbank, ik denk onder die tas, daar links van die andere, met die schoenen, en dan in het achterste vakje. Zit die daar niet in? Oh, dan misschien in de andere tas, die blauwe, helemaal onderop. Of heb ik hem... waar heb ik hem nou gelaten?
-Doe eigenlijk maar weer uit.
-Kan die weer uit?
-Ik zet dit raam ook wel even open.
-Oh, nu heb ik het weer warm eigenlijk. Zou je dit vestje even op de achterbank kunnen leggen? Stop maar in die tas met dat zijvakje, maar dan niet in het zijvakje.
-Hee, staat de airco weer uit?
-Heb je het warm?
-Nee, een beetje fris, of nou ja fris, een beetje, je weet wel.
-Vraag anders of die nog even aan mag.
-Nee, als we het raampje aan deze kant nou dicht doen, en dan aan de andere kant open.
-Wat doe je nu? Ik vond het juist wel lekker.
-....
Het grootste stuk over het eiland, op weg naar de camping bij Bamfield, rijden we over een weg van losse stenen. De losse stenen vertalen zich na enige tijd in losse botten, losse tanden en losse hersenen. Een wonder dat we geen lekke band krijgen onderweg.
Bij aankomst zetten we de tenten op, stoken een vuur, koken eten, maar dit alles niet voordat we eerst even naar de 50 meter verder gelegen kust lopen. Daar is hij, de Pacific Ocean. Het is helder weer dus ik kan bevestigen: hij is inderdaad zo groot als ik altijd al heb gedacht.
Andermaal ben ik de laatste die gaat slapen. De trend zet zich voort.
Ik ben de eerste die wakker is. De trend zet zich voort. Ik maak een ochtendwandeling en schiet o.a. de American Robin (roodborstlijster) en de Steller's Jay (stellersgaai).
We maken een jungletocht over een klein gedeelte van de West Coast Trail, 10 km heen, 10 km terug. Af en toe komen we andere groepen tegen die de gehele Trail lopen. Zij doen hier 5 dagen over en nemen hiervoor bepakking en voedsel mee voor 5 dagen. Bij het passeren zien wij telkens hun vragende blikken: hoe kan het dat jullie zo licht lopen? Als op zeker moment een tegenligger hier daadwerkelijk naar informeert, zeg ik dat we 5 dagen geleden met 16 man zijn begonnen, ik kijk er wat getergd bij in de lucht en loop dan snel verder. Halverwege picknicken we op een open plek aan de kust.
Typisch gesprek tijdens de maaltijd:
-Zijn er nog appels?
-Ja hier, maar ik neem liever nog een stuk selderij. Hmmm, heerlijk.
-Er is ook nog rauwe broccoli.
-Lekker! Mag ik het stronkje? Dat is het lekkerste stukje.
-Jammer dat vanmorgen de cruesli op was.
-Er was toch nog? En ook muesli.
-Ja maar er was alleen nog met noten. Ik heb liever die met 84 granen.
-De muesli was anders ook lekker. Snel maar weer nieuwe kopen.
-....
(Andersom begrijpen mijn medereizigers mij gelukkig ook niet.)

Onverwachts - omdat ik vergeten ben dat dit in de reisinformatie staat beschreven - zien wij opeens een partij zeeleeuwen voor de kust op een rots liggen. Kennelijk ook van de lunch aan het bijkomen. Verder zie ik vandaag nog 2 kousebandslangen door de struiken glijden.
=Geen Walvisvaart=

Er waaien twee zuchtjes wind deze ochtend, 1 zuchtje te veel om de walvisvaart door te laten gaan. Herman Melville draait zich om in zijn graf. Dit moest een van de hoofdattracties worden. Ik baal als een Canadese stekker.
We lopen daarom wat door Bamfield heen en weer, waar ik dan wel weer een prachtige Belted Kingfisher (bandijsvogel) zie, alsook enkele kolibrietjes en zeearenden. Maar 3 vogels maken nog geen walvis.
De mooiste zeesterren liggen hier voor het oprapen, bij wijze van spreken dan, want zoals het de groene reiziger betaamd laten wij geen enkel spoor na, anders dan onze schoenafdruk, en nemen niets mee, anders dan foto's en herinneringen.
In een bar zien we een WK-voetbalkwartfinale. Het houdt ons van de wat regenachtige straat. Buiten rokend vang ik een gesprek op:
-Ah, it's raining.
-This isn't rain. It's a heavy mist.
Terug op de camping besluit iemand koffie te zetten. Een goed idee. Gisteren hebben we inkopen gedaan, we hebben een voorraad voor een weekje dat we er binnen 3 dagen doorheenjagen. We komen niet bepaald om van de honger. Maar het pak koffie blijkt ongemalen bonen te bevatten. Dan maar geen koffie. Zonder hoofdpijn sta ik de rest van de reis koffiedroog. Ik ga alvast aan het bier. Ook die weekvoorraad is in 3 dagen op.
De camping staat op grondgebied van een indianenstam. We krijgen de indruk - niet zozeer op de camping zelf maar in het algemeen in Canada - dat de Canadezen zich iets meer dan de Amerikanen realiseren dat ze iets goed te maken hebben t.o. de oorspronkelijke bewoners. Op tal van plekken word je aan hen herinnerd. Ze hebben bepaalde privileges gekregen, land, en geld. Ze zijn natuurlijk niet meer in staat hun oude leefwijzes te handhaven maar dat is nu eenmaal verleden tijd.
=De Botte Bijl=

S legt zich toe op het hakken van hout voor het kampvuur. S heeft een bekend gezicht, ik zou zweren dat ik haar eerder heb gezien. Voordat ik het kan vragen, zegt Tessa hetzelfde. Je komt me zo bekend voor, zou dat kunnen?
S schiet in de lach en zegt dat dit haar vaak overkomt. Mensen denken aan de lopende band dat ze haar ergens van kennen. Een merkwaardig fenomeen.
Het hakken van hout is een kunst op zich. S beheerst deze kunst niet. De bijl beheerst die kunst trouwens ook niet, die is zo bot dat je, voordat je slaat, steeds eerst moet kijken wat de voor- en achterkant is. Als dit zo nog lang doorgaat zie ik ongelukken gebeuren. Laat mij maar even.
Inderdaad lukt het mij vrijwel direct iets gedaan te krijgen. Daar heb ik heb geen 20 slagen voor nodig; reeds na 3 keer hakken ligt mijn onderste rugwervel niet langer in lijn met de overige wervels. Het blok hout is natuurlijk nog onbeschadigd.
Eventjes is dit erg grappig maar al snel blijkt dat mijn rug niet meer in staat is te doen wat hij moet doen. De komende weken ga ik door het leven als Quasimodo. Ik heb 3 jaar gespaard voor deze reis en ben 8000 km van huis. Ik heb geen andere keus dan de pijn te verbijten en door te lopen, welke berg er ook voor onze neus staat.

Back To Top