HOME deel 1 Canada, deel 1 - Vancouver deel 2
=De Grote Stad=

Canada heeft 35 miljoen inwoners en een oppervlakte waar Nederland 235 keer inpast. Er is derhalve niet de minste reden tot hoogbouw. En die vind je dan ook niet, elders dan op een paar downtowns van grote steden na. Trouwens, van grote steden zijn er ook maar een handvol.
Zo beschreven lijkt het dus, met enige kansberekening, een enorm toeval te zijn dat wij ons op de eerste dag van ons bezoek aan Canada al uitgerekend in het hoogste hotel van Vancouver downtown bevinden, ware het niet dat hier opzet in het spel is van de reisleiding. Bovendien wordt de factor toeval gepareerd door het feit dat het vliegveld van Vancouver nu eenmaal dicht bij de stad Vancouver ligt.
Ik zeg 'wij' omdat ik deze reis in gezelschap maak. Gezelschap, hoe werkt dat ook alweer? Ik houd mijn hart vast. De groep bestaat uit reisleidster Tessa, van Nederlandse afkomst, residerend in Canada, en behalve ikzelf nog 6 medereizigers. Tesamen doorkruisen wij een kleine 3 weken (beautiful) British Columbia en het aangrenzende Alberta, met name daar waar er bergen in de weg staan. Daar houden wij van. Daar willen wij tegenop lopen. Daar willen wij bovenop staan en brullen dat het een aard heeft, desnoods tegen niemand in het bijzonder.
Mijn medereizigers zijn allen doorgewinterde berglopers, in leeftijd variërend van begin 30 tot begin 60, en hebben gezamelijk al een stuk of 1843 landen bezocht. Van mijn gebruikelijke voornemen, uit zelfbescherming, om aan iedereen vanaf het begin, of toch in elk geval binnen afzienbare tijd, een hartgrondige hekel te hebben of krijgen, komt hoegenaamd niets terecht omdat het allemaal buitengewoon sympathieke lui zijn. Een bonus hierbij is dat wij allen ongeveer even snel een berg op lopen, wat - al mag dat officieel niet uitmaken - het groepsgevoel ook nog iets verhoogt.
Voorlopig zijn er echter geen bergen. Nu ja, rondom Vancouver zie je hier en daar wat uitsteken aan de horizon, maar het zijn niet The Rocky Mountains. Dat duurt nog een paar dagen. Eerst een dagje acclimatiseren in de grote stad en dan naar een eilandje voor de kust in de Pacific Ocean. Eilandje? Vancouver Island is zo groot als Nederland.
Ik loop onverzekerd rond in Canada. Dat komt vaker voor. Een verzekering kost geld, en als er iets misgaat op vakantie, is dat of niet gedekt, of het is wezenlijk onderdeel van de vakantie, of - wanneer dingen echt goed misgaan - is een verzekering niet eens meer nodig. Op Schiphol wil de dame van het wisselkantoor me op het laatste moment nog een verzekering aansmeren. Weet u het zeker? Ja, ik weet het zeker.
Maar weet u wel dat als u iets overkomt, u dan niet verzekerd bent? Ik kijk haar aan, overweeg of ze slim genoeg is om me in de maling te nemen of niet, en besluit geen vervelende opmerking te maken.
Ach, ik kan hooguit van een berg af vallen. En dan zal je net zien dat ik, beneden aangekomen, precies niet met mijn hand bij mijn mobieltje kan dat in mijn achterzak zit om de verzekering te bellen. Hoewel, de kans dat mijn lijf tegen die tijd omgekeerd op mijn romp staat, is dan wel behoorlijk toegenomen dus misschien dat ik....
Nee, mevrouw, er gaat niets mis.
Nou, dat hoop ik voor u, zegt ze, op een toon die verraadt dat ze het tegenovergestelde bedoelt.
=Parken=

Acclimatiseren in Vancouver valt helemaal niet mee, wat vooral komt door de belachelijke hitte, 30+ graden. Ik bekijk mijn bagage, veel shirts en overhemden, en een stuk of wat zg. onontbeerlijke delen warme kleding, althans onontbeerlijk volgens de reisbescheiden. Ik heb niets nodig aan warme kleding gedurende mijn verblijf hier. Een winterjas laat ik ergens halverwege met opzet achter.
Ondanks grootstedelijk uiterlijk is het heel rustig in het verkeer, ik hoor geen auto toeteren. Daar doen ze hier niet aan. En iedereen wacht voor het rode stoplicht. Op deze eerste (en enige) vrije dag, loop ik naar Van Dusen Park. Dit betreft de enige research die ik van te voren thuis heb verricht. Ik vraag in een winkel of ik vanaf downtown de 1e of de 2e brug moet nemen richting mijn bestemming. De winkelier schudt zijn hoofd. Onmogelijk, beweert hij, dat is niet te lopen. Er is alleen maar een bus. Ik dring aan. De winkelier schudt opnieuw zijn hoofd, en zijn armen, ook zijn benen doen raar, en hij krijgt wat schuim aan de mondhoeken. Van Dusen Park is niet beloopbaar. On-mo-ge-lijk. Zijn oordeel staat vast. Einde discussie. Gezeik allemaal. Een uurtje later loop ik Van Dusen Park binnen.
Van Dusen Park is mooi, en heeft behalve parklijke ingrediënten ook tal van beelden in de tuin staan. Daar hou ik van.
In de middag loop ik rond in Stanley Park. Ik zie een standbeeld staan ter ere van meneer Stanley Park. Dit vertrouw ik niet. Wat had Vancouver gedaan als die meneer toevallig anders had geheten, bijvoorbeeld Stanley Nuclear Plant?
Bewapend met nieuwe camera schiet ik een serie mooie vogels uit de lucht. Zeearenden (Bald Eagle), Canadese ganzen (duh), diverse Chickadees (o.a. matkoppen), een American Goldfinch (goudsijsje), een Spotted Towhee (gevlekte towie), en een stuk of wat mezen, 'tits' in het Engels. Verder is er in het park een bevervijver, zodat ik later op de dag als de groep me vraagt wat ik in Stanley Park zoal gezien heb, naar waarheid kan antwoorden: Tits and Beavers.
=Canada Day=

De groep is nog niet helemaal een groep, wat te maken heeft met de vrij te besteden middag. Men is verspreid. Doch vanaf het diner op de tweede avond zijn we als groep min of meer onafscheidelijk en houden dat de rest van de reis vol.
In de lobby van het hotel, de laatste luxe die we genieten op deze reis, laat ik thuis weten dat ik veilig ben aangekomen, schakel mijn telefoon uit en kijk er niet meer naar om tot het moment dat ik er over 2 weken achter kom dat de shampoo - een artikel waar ik ook al snel geen aandacht meer voor heb - enigszins is gaan lekken. Alles doet het gelukkig nog.
Ik ben de eerste en enige roker die de groep ooit heeft gekend tijdens een dergelijke bergloopvakantie. Ik ben verbaasd. Ik ben namelijk voor het eerst in een groep waarin ik de enige roker ben. Ik bevind mij de komende weken veelvuldig net buiten windsafstand. Sommigen uit de groep zijn zulke verstokte niet-rokers, die roken wel 3 pakjes per dag niet.
Wij komen overigens aan op 1 juli, Canada Day, een nationale feestdag. Allerlei bescheiden feestelijkheden, ik merk althans niets van grootschalige ongeregeldheden. Canada is een beschaafd land. Er is een optocht met muziekgroepen, ethnische groepen, sportclubs, iedereen die wil mag semi-georganiseerd door de stad banjeren. Het doet oubollig aan maar eigenlijk moet ik gewoon toegeven dat mijn cynisme hier niet tegen opgewassen is. Over oubollig gesproken, Vancouver moet op zijn beurt weer toegeven dat het nu niet bepaald uitblinkt in toeristische of andere attracties: een 'steam clock' wordt in de folders genoemd. Per ongeluk lopen we er langs op een avondlijke wandeling... eh... is dit werkelijk een trekpleister?
Wat kunstuitingen betreft: ik heb helaas geen tijd de tentoonstelling van Douglas Coupland te bezoeken, maar begrijp uit betrouwbare bron dat de (moderne) kunst in Canada vooral teruggrijpt op, c.q. put uit, de kunst der oorspronkelijke bewoners. Weinig nieuws of vernieuwends komt van de huidige bevolking zelf.
Om een volk te leren kennen hoef je slechts de reclames te bekijken. Wat ook helpt is in een boekwinkel te zien dat een halve verdieping (een achtste deel van de hele winkel) is ingericht voor self-discovery-boeken. Oei.
Wij ontdekken dat het grootste deel van de groep nog niet bekomen is van vliegreis en bijbehorend tijdsverschil zodat ik voor de tweede avond op rij overblijf met reisleidster Tessa, een gegeven waarvan ik vurig hoop dat het aanleiding geeft tot roddel en achterklap in de groep; iets wat jammerlijk uitblijft.

Back To Top